Prejudiciële vraag 22/02224


Rechtsgebied
Civiel
Verwijzende instantie
Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen (C/19/131556/HA ZA 20-112)
Datum uitspraak
15 juni 2022
Vindplaats uitspraak
Status
In behandeling bij A-G voor conclusie

Verbintenissenrecht. Vragen over onderlinge draagplicht en profijt in het geval een geldlening is verstrekt aan een vennootschap en een andere (zuster)vennootschap zich hoofdelijk heeft verbonden tot terugbetaling.

1. Komt, in het geval dat een lening of krediet is verstrekt aan een vennootschap en
een andere (zuster)vennootschap zich hoofdelijk heeft verbonden tot terugbetaling van
de lening ofkrediet, bij de bepaling van de onderlinge draagplicht en de in dat kader te
beantwoorden vraag wie de schuld aangaat, betekenis toe aan het feit dat de andere
(zuster)vennootschap direct of indirect profijt heeft gehad van de lening of het krediet?

2. Is (indirect) profijt een omstandigheid van belang voor de invulling van het
antwoord op de vraag wie in de onderlinge verhouding van de vennootschappen, de
lening of het krediet heeft gebruikt, ofte wier beschikking de lening of het krediet is
gekomen?

3. Moet het gebruik in het kader van de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten door de
ene (zuster)vennootschap van het pand van de andere vennootschap aangemerkt worden
als (indirect) profijt?

4. Kunnen de volgende omstandigheden van belang zijn voor het antwoord op de
vraag ofsprake is van (indirect) profijt zoals bedoeld in de voorgaande vragen:
- of voor het gebruik een (marktconforme) huur wordt betaald; \
- of het verdienmodel van de vennootschap die eigenaar is van het pand gericht is
op het winstgevend exploiteren vän het pand en het verdienmodel van de
zustervennootschap gericht is op het verlenen van zorg;
- ofhet pand (mede) met het oog op het gebruik door de zustervennootschap is * *
aangeschaft;
- ofde venhootschap die eigenaar is van het pand dit pand ook verhuurde ofin
gebruik gaf aan één ofmeerdere andere zorgverleners;
- of er sprake is van concern- ofobjectfinanciering

5. Zijn er overigens nog aspecten die relevant zijn voor de beoordeling van de vraag
wie de lening of het krediet heeft gebruikt, of te wier beschikking de lening of het
krediet is gekomen?