Wat is herziening?


Normaal gesproken eindigt een strafzaak wanneer alle beroepsmogelijkheden zijn benut (meestal: hoger beroep en beroep in cassatie), of wanneer de termijn voor het instellen van beroep is verstreken zonder dat beroep is ingesteld. De uitspraak van de rechter wordt dan onherroepelijk.

Toch bestaat er een - uitzonderlijke - mogelijkheid om terug te komen op een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak in een strafzaak. Dat kan gebeuren door het buitengewone rechtsmiddel 'herziening'. Dit is geregeld in de artikelen 457 en volgende van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad behandelt deze herzieningsverzoeken.

Bij een verzoek om herziening gaat het bijna altijd om een verzoek van een veroordeelde persoon die de veroordeling onjuist vindt. Ook de procureur-generaal bij de Hoge Raad kan herziening aanvragen.

Een herzieningsverzoek kan op elk moment en zelfs meerdere keren door een veroordeelde worden ingediend bij de Hoge Raad. Er gelden geen verjaringstermijnen. Dat betekent dat het recht om een herzieningsverzoek in te dienen niet verloren kan gaan doordat de veroordeling te lang geleden heeft plaatsgevonden.

Novum

Herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak is een uitzondering. Er zijn maar een paar, strikt geformuleerde gronden waarop een herzieningsverzoek kan worden ingediend.

Herziening in het voordeel van de veroordeelde is onder andere mogelijk als er sprake is van een ‘novum’. Een novum is een nieuw gegeven, waarvan de rechter op het moment van behandeling van de rechtszaak niet op de hoogte was. Bovendien moet het ernstige vermoeden bestaan dat de rechter tot een andere uitspraak (geen veroordeling) zou zijn gekomen of dat hij een minder zware strafbepaling zou hebben toegepast als hij op het moment van behandeling van de rechtszaak wél van dat gegeven op de hoogte was geweest.

Verzoek om nader onderzoek

Een veroordeelde heeft zelf maar beperkte mogelijkheden om te onderzoeken of er een novum is dat reden kan zijn voor herziening. Daarom kan een veroordeelde via zijn advocaat aan de PG verzoeken om dit te onderzoeken.

Zie voor meer informatie: Verzoek nader onderzoek.

Adviescommissie afgesloten strafzaken

Als er zo’n verzoek om nader onderzoek is ingediend, kan de PG om advies vragen aan de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS). De ACAS bestaat uit twee wetenschappers, een deskundige op het terrein van de politiepraktijk, een advocaat en een lid van het Openbaar Ministerie.

De ACAS adviseert over de wenselijkheid en de inhoud van nader onderzoek door de PG. De PG is in beginsel verplicht advies te vragen aan de ACAS als de opgelegde straf hoger is dan zes jaar gevangenisstraf. De PG hoeft de ACAS niet om advies te vragen als hij al heeft besloten om nader onderzoek te doen.

Als de PG een verzoek om nader onderzoek toewijst, kan hij een onderzoeksteam samenstellen. De PG kan ook een rechter-commissaris in strafzaken inschakelen.

De uitkomst van het onderzoek kan voor een onherroepelijk veroordeelde aanleiding zijn om vervolgens een herzieningsverzoek bij de Hoge Raad in te dienen.


Besluit adviescommissie afgesloten strafzaken

Samenstelling ACAS

De leden van de adviescommissie afgesloten strafzaken

Jaarverslagen ACAS

Beantwoording verzoek van advocaten Knoops aan PG tot vorderen herziening in zaak ‘Butlermoord’