Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling wegens moord op man in Hippolytushoef in stand laten

16 maart 2021

De veroordeling van een verdachte wegens het medeplegen van de moord op een 48-jarige man in Hippolytushoef kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Aben de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.

De zaak

Op 30 augustus 2015 werd in het Amstelmeerkanaal in Hippolytushoef het lichaam van een man aangetroffen. Het was verpakt in bouwzeil en bij de onderbenen verzwaard met een grindtegel. Uit onderzoek bleek dat het slachtoffer vier dagen eerder om het leven was gebracht. Er werden drie verdachten, twee mannen en de vrouw van het slachtoffer, door het OM vervolgd wegens betrokkenheid bij de levensberoving en het wegmaken van het lichaam.

Het gerechtshof veroordeelde een van de mannen tot zeventien jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens onder meer moord. De vrouw kreeg zeventien jaar celstraf opgelegd. De derde verdachte werd alleen veroordeeld voor het wegmaken van het lichaam en kreeg negen maanden gevangenisstraf.

De mannelijke hoofdverdachte stelde tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Ook diende een benadeelde partij een cassatieklacht in.

Cassatie(klachten) van de verdachte en advies AG

De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. Hij klaagt er onder meer over dat het gerechtshof onvoldoende is ingegaan op het alternatieve scenario dat niet de verdachte maar de andere mannelijke medeverdachte het slachtoffer heeft gedood. Ook vindt de advocaat dat het hof de opgelegde straf, nu deze veel hoger is dan de door de rechtbank opgelegde en door het OM in hoger beroep geëiste straf, onvoldoende heeft gemotiveerd.

De AG acht deze cassatieklachten ongegrond. Het hof achtte bewezen dat de verdachte het slachtoffer heeft gedood. Daarin ligt besloten dat het hof geen geloof hecht aan het geschetste alternatieve scenario. Onderdeel van het door het hof gebruikte bewijs voor de moord zijn de opgenomen gesprekken in detentie waarbij de verdachte meermalen tegen bezoekers de moord bekent. Ook heeft het hof vastgesteld dat het alternatieve scenario zich niet verhoudt tot de door de verdachte in een tablet ingevoerde zoektermen over het doden van personen. De AG is van mening dat het hof daarmee voldoende is ingegaan op het standpunt van de verdediging en zijn oordeel ook voldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd. Ten aanzien van de opgelegde hogere straf vindt de AG eveneens dat het hof dit toereikend heeft gemotiveerd. Het hof heeft aangegeven dat de door de rechtbank opgelegde en de in hoger beroep door het OM geëiste straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Ook heeft het hof in de persoonlijke omstandigheden geen reden gezien tot strafvermindering.

De veroordeling wegens moord kan wat de AG betreft in stand blijven. In verband met de duur van de procedure adviseert de AG de opgelegde gevangenisstraf iets te verlagen.

Cassatieklachten benadeelde partijen

De advocaat van de benadeelde partij heeft geklaagd dat het hof ten onrechte vergoeding van bepaalde kosten niet heeft toegewezen.
De AG acht deze cassatieklachten ongegrond. Het oordeel van het hof dat er onder de gegeven omstandigheden geen ruimte is voor vergoeding van de door de benadeelde partij gevorderde kosten kan daarmee wat hem betreft in stand blijven.

Uitspraak Hoge Raad

De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 11 mei 2021.

De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat advies al dan niet te volgen. De advocaat-generaal maakt deel uit van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:PHR:2021:252