Zoeken - Zoekresultaten
Aan de hand van beelden, cijfers, beschouwingen en interviews wordt in het jaarverslag over 2024 verslag gedaan van de werkzaamheden van het rechtscollege de Hoge Raad, het parket bij de Hoge Raad en de directie bedrijfsvoering in 2024.
Had schrijver Gerard Reve zich in publicaties schuldig gemaakt aan smalende godslasteringen zoals strafbaar gesteld in het toenmalige artikel 147 in het Wetboek van Strafrecht? De Hoge Raad beantwoordde deze vraag in 1968 ontkennend. Sinds vandaag staat de uitspraak van de Hoge Raad online op www.rechtspraak.nl.
De veroordelingen van twee verdachten wegens grootschalige beleggingsfraude kunnen in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Paridaens de Hoge Raad in haar conclusies van vandaag. Het gaat in deze zaken om een grootschalig piramidespel met investeringsproducten van Quality Investments.
De veroordelingen van drie verdachten wegens, kort gezegd, betrokkenheid bij het voorbereiden van een terroristische aanslag in Nederland en het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven, kunnen in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Keulen de Hoge Raad in zijn conclusies van vandaag.
Op 2 april 2024 is het Jaarverslag over 2023 van de Hoge Raad gepubliceerd.
De door de civiele kortgedingrechter aan de Nederlandse Staat opgelegde verboden tot uitlevering van twee opgeëiste personen aan Rwanda voor vervolging wegens genocide, blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist
In dit arrest uit 1919 oordeelde de Hoge Raad dat een internationaal verdrag waarbij Nederland zich had aangesloten dubbele werking had: de Nederlandse Staat was eraan gebonden in de verhouding met de andere verdragsstaten, en de verdachte in deze strafzaak kon er rechtsbescherming aan ontlenen.
De veroordeling van Thijs H. wegens het plegen van een moord op 4 mei 2019 in de Scheveningse bosjes en twee moorden op 7 mei 2019 op de Brunssummerheide blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
Hebben de tenlastelegging wegens rijden onder invloed in de ene zaak en de bewezenverklaring wegens openbare dronkenschap in een andere zaak betrekking op dezelfde (materiële) gedragingen? En, zo ja, is daarmee sprake van dubbele vervolging van de verdachte, wat verboden is verklaard in artikel 68 Wetboek van Strafrecht (ne bis in idem)? Deze vraag werd in 1961 aan de Hoge Raad voorgelegd in de zogenoemde zaak van de ‘Emmense bromfietser’.