Zoeken - Zoekresultaten
De veroordeling van een verdachte wegens de moord op zijn ex-vriendin op 29 november 2018 in Rotterdam blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Wel moeten de strafoplegging en de vordering tot schadevergoeding van de moeder van het slachtoffer opnieuw door het gerechtshof worden behandeld en beoordeeld.
De veroordeling van een verdachte wegens groepsbelediging door tijdens een demonstratie op de Dam in Amsterdam een Israëlische vlag te tonen met een blauwe kakkerlak, kan in stand blijven. Dat adviseert plaatsvervangend advocaat-generaal (plv. AG) Van Wees de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.
De procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad, Edwin Bleichrodt, heeft de minister van Justitie en Veiligheid geïnformeerd dat hij geen aanknopingspunten ziet voor een opsporingsonderzoek naar aanleiding van twee aangiften tegen de minister van Asiel en Migratie, minister Faber wegens gestelde ambtsmisdrijven. Dat is de uitkomst van de door hem uitgevoerde oriënterende onderzoeken naar aanleiding van deze twee aangiften.
De procureur-generaal (PG) van het parket bij de Hoge Raad is wettelijk bevoegd onderzoek te doen naar de vraag of er grond is voor de herziening van een onherroepelijke veroordeling.
De procureur-generaal (PG) van het parket bij de Hoge Raad is wettelijk bevoegd onderzoek te doen naar de vraag of er grond is voor de herziening van een onherroepelijke veroordeling.
Een caféhouder verkocht in 1946 twintig Engelse sigaretten van het merk Gold Flake tegen een hogere prijs dan destijds was toegestaan. De rechter strafte hem met het opleggen van een geldboete van 50.000 gulden, de sluiting van de zaak voor zes maanden, een beroepsverbod van drie jaar en de publicatie van de uitspraak. Was deze strafoplegging voldoende gemotiveerd? Die vraag speelde in het jaar 1946 bij de Hoge Raad.
Is een schuldigverklaring wegens een strafbaar feit zonder oplegging van straf of maatregel (een zogenoemd rechterlijk pardon) een veroordeling? Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: Hof) oordeelde van niet in een civiele zaak tegen het land Curaçao waarin een voormalig kandidaat-minister een verklaring voor recht heeft gevorderd om alsnog in aanmerking te komen voor een ministerspost. Hij had eerder zijn kandidatuur teruggetrokken nadat was gebleken dat hij in het verleden is veroordeeld voor een misdrijf zonder dat er een straf of maatregel is opgelegd.
Aan welke functie eisen moet een advocaat-generaal bij het parket bij de Hoge Raad voldoen en welke werkervaring.