Zoeken - Zoekresultaten
Voldoet de Nederlandse cassatiepraktijk in het algemeen, en de verkorte motivering door de Hoge Raad in het bijzonder, aan de vereisten van artikel 14 lid 5 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) in geval van een veroordeling in hoger beroep na een vrijspraak van de rechtbank? De Hoge Raad ziet aanleiding om deze zaken vaker af te doen met een meer op de concrete zaak toegesneden motivering in plaats van een verkorte (standaard)motivering.
Bij de vergoeding van proceskosten in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) moet aansluiting blijven worden gezocht bij de Algemene wet bestuursrecht. Dat schrijft advocaat-generaal (AG) Harteveld vandaag in een vordering cassatie in het belang der wet. De opvatting van de AG betekent dat een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zou moeten worden vernietigd waarbij van een andere benadering werd uitgegaan.
Bij de vergoeding van proceskosten in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) moet aansluiting blijven worden gezocht bij de Algemene wet bestuursrecht. Dat schrijft advocaat-generaal (AG) Harteveld vandaag in een vordering cassatie in het belang der wet. De opvatting van de AG betekent dat een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zou moeten worden vernietigd waarbij van een andere benadering werd uitgegaan.
“Als hoogste rechter op het gebied van burgerlijk -, straf- en belastingrecht beoordeelt de Hoge Raad zaken niet helemaal opnieuw. Hij concentreert zich op de juridische kant van de zaken en stelt niet opnieuw de feiten vast. De Hoge Raad stimuleert dat het recht in het hele land op dezelfde manier wordt uitgelegd. En via zijn uitleg van juridische regels kan de Hoge Raad ook het recht verduidelijken en verder ontwikkelen. Rechtsontwikkeling heet dat of ook wel rechtsvorming. Zo neemt de Hoge Raad vaak beslissingen die niet alleen de rechten van de partijen in dat proces beschermen, maar ook aan veel meer mensen de richting wijzen op juridisch gebied.”
Belastingplichtigen die vielen onder de massaal bezwaarprocedure voor box 3 kunnen naar aanleiding van het box 3-arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 en de daaropvolgende collectieve uitspraak op het massaal bezwaar binnen zes maanden een beslissing van de inspecteur over vermindering van hun aanslag verwachten. Tegen de beslissing van de inspecteur staat volgens de wet geen beroep bij de belastingrechter open. De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat de belastingplichtigen, als zij het niet eens zijn met die beslissing, nog bij de inspecteur een verzoek om ambtshalve (verdere) vermindering van hun aanslag kunnen indienen.
Hoge Raad: lagere vergoeding voor kosten in bezwaarfase belastingzaken blijft buiten toepassing vanwege mogelijk discriminerend onderscheid met andere bestuursrechtelijke zaken
De wettelijke bepalingen over de arbeidskorting zijn in strijd met het discriminatieverbod in mensenrechtenverdragen doordat een Werkhervattingsuitkering Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (hierna: WGA-uitkering) die rechtstreeks van het UWV wordt ontvangen niet meetelt voor de berekening van de arbeidskorting, terwijl een WGA-uitkering die via de werkgever wordt ontvangen, wel daarvoor meetelt. Dat heeft de Hoge Raad in een uitspraak van vandaag geoordeeld. De Hoge Raad biedt zelf geen rechtsherstel omdat hij vindt dat dit op de weg van de wetgever ligt.
Aan de Hoge Raad is een parket verbonden, waarvan advocaten-generaal en de (plaatsvervangend) procureur-generaal deel uitmaken.