Zoeken - Zoekresultaten
Digitaal procederen nu in alle soorten zaken bij de Hoge Raad mogelijk
De in de procesreglementen van de gerechtshoven opgenomen regels dat civiele processtukken in hoger beroep niet langer mogen zijn dan 25 pagina’s zijn toelaatbaar, omdat zij gebaseerd kunnen worden op de eisen van een behoorlijke rechtspleging. Die regels zijn niet in strijd met het recht op toegang tot de rechter of met het beginsel van hoor en wederhoor. De regels mogen echter niet bepalen dat een processtuk dat langer is dan 25 pagina’s in zijn geheel wordt geweigerd. Voor zo’n ingrijpende sanctie is een wettelijke basis vereist, maar die is er niet. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) De Bock de Hoge Raad in haar conclusie van vandaag.
De nabestaanden van Mitch Henriquez kunnen de namen van de agenten die betrokken waren bij zijn aanhouding alleen aan de strafrechter vragen aangezien zij die namen uitsluitend hebben gevraagd met het oog op het strafproces. Zij kunnen hiervoor dus niet terecht bij de civiele rechter. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist.
De prejudiciële procedure in civiele zaken bestaat tien jaar. Met dit instrument is rechtsontwikkeling door de Hoge Raad in een rechterlijke dialoog mogelijk geworden. Vandaag werd aan het tienjarig jubileum een symposium gewijd bij de Hoge Raad. In tien jaar tijd werden in 112 zaken prejudiciële vragen gesteld.
Conclusies van het parket bij de Hoge Raad in civiele zaken worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, meestal enkele weken nadat de conclusie is genomen. Tot nu toe werd op deze regel een uitzondering gemaakt in het geval de zaak werd ingetrokken kort nadat de conclusie was genomen. Deze uitzondering komt te vervallen.
Zijn gerechtelijke instanties (wettelijk) gehouden om in verband met de openbaarheid van rechtspraak informatie over lopende civiele procedures te verstrekken aan derden? Volgens advocaat-generaal (AG) Wesseling-Van Gent moet die vraag bevestigend worden beantwoord.
Moeten gerechtelijke instanties informatie over civiele procedures verstrekken aan anderen dan partijen? En zo ja, om welke informatie gaat het dan? Die vragen staan centraal in een uitspraak van de Hoge Raad over de betekenis van het beginsel van openbaarheid van rechtspraak en daarmee verband houdende wettelijke bepalingen. De Hoge Raad heeft de uitspraak gedaan naar aanleiding van een vordering tot cassatie in het belang der wet.
De Hoge Raad heeft vandaag in een civiele ‘handremzaak’ vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van het begrip ‘bestuurder’ in Europese regels over verplichte verzekering voor aansprakelijkheid voor motorrijtuigen. In een uitspraak van 17 mei 2024 (ECLI:NL:HR:2024:726) had de Hoge Raad de vragen aan partijen voorgelegd.
Hoge Raad maakt informatie over de aanhangige civiele cassatiezaken voor een ieder digitaal toegankelijk
Vorige week heeft het kabinet onder meer aangekondigd een aantal al eerder getroffen maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus te verlengen. Dit geldt onder meer voor de maatregelen voor werksituaties, die ongewijzigd blijven. Dit betekent dat de leden van de Hoge Raad en het parket bij de Hoge Raad en medewerkers zo veel mogelijk thuis werken met uitzondering van hen die strikt noodzakelijk in het gebouw aanwezig moeten zijn.
De Hoge Raad hanteert voor de eigen organisatie als uitgangspunt dat de overheidsmaatregelen stipt worden opgevolgd. Binnen die grenzen zal zoveel mogelijk worden gewaarborgd dat de primaire, rechtsprekende taak door kan gaan.