Zoeken - Zoekresultaten
Bij de vergoeding van proceskosten in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) moet aansluiting blijven worden gezocht bij de Algemene wet bestuursrecht. Dat schrijft advocaat-generaal (AG) Harteveld vandaag in een vordering cassatie in het belang der wet. De opvatting van de AG betekent dat een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zou moeten worden vernietigd waarbij van een andere benadering werd uitgegaan.
“Als hoogste rechter op het gebied van burgerlijk -, straf- en belastingrecht beoordeelt de Hoge Raad zaken niet helemaal opnieuw. Hij concentreert zich op de juridische kant van de zaken en stelt niet opnieuw de feiten vast. De Hoge Raad stimuleert dat het recht in het hele land op dezelfde manier wordt uitgelegd. En via zijn uitleg van juridische regels kan de Hoge Raad ook het recht verduidelijken en verder ontwikkelen. Rechtsontwikkeling heet dat of ook wel rechtsvorming. Zo neemt de Hoge Raad vaak beslissingen die niet alleen de rechten van de partijen in dat proces beschermen, maar ook aan veel meer mensen de richting wijzen op juridisch gebied.”
Belastingplichtigen die vielen onder de massaal bezwaarprocedure voor box 3 kunnen naar aanleiding van het box 3-arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 en de daaropvolgende collectieve uitspraak op het massaal bezwaar binnen zes maanden een beslissing van de inspecteur over vermindering van hun aanslag verwachten. Tegen de beslissing van de inspecteur staat volgens de wet geen beroep bij de belastingrechter open. De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat de belastingplichtigen, als zij het niet eens zijn met die beslissing, nog bij de inspecteur een verzoek om ambtshalve (verdere) vermindering van hun aanslag kunnen indienen.
Hoge Raad: lagere vergoeding voor kosten in bezwaarfase belastingzaken blijft buiten toepassing vanwege mogelijk discriminerend onderscheid met andere bestuursrechtelijke zaken
De wettelijke bepalingen over de arbeidskorting zijn in strijd met het discriminatieverbod in mensenrechtenverdragen doordat een Werkhervattingsuitkering Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (hierna: WGA-uitkering) die rechtstreeks van het UWV wordt ontvangen niet meetelt voor de berekening van de arbeidskorting, terwijl een WGA-uitkering die via de werkgever wordt ontvangen, wel daarvoor meetelt. Dat heeft de Hoge Raad in een uitspraak van vandaag geoordeeld. De Hoge Raad biedt zelf geen rechtsherstel omdat hij vindt dat dit op de weg van de wetgever ligt.
Er blijft hoger beroep mogelijk tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens een nieuw strafbaar feit, ook al staat dat niet meer expliciet in de (nieuwe) wet USB. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld naar aanleiding van een vordering tot cassatie in het belang van de wet tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland.
De arbitrale uitspraken uit 2014 waarbij de Russische Federatie veroordeeld is tot betaling van schadevergoeding van ongeveer 50 miljard dollar in verband met het niet beschermen van de investeringen van drie grootaandeelhouders in Yukos Oil Company, kunnen in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Vlas de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.
De veroordeling van PVV-leider Wilders zonder strafoplegging door het Haagse gerechtshof wegens groepsbelediging, kan in stand blijven. Dat adviseert procureur-generaal (PG) Silvis de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.
Er is wel hoger beroep mogelijk tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens een nieuw strafbaar feit, ondanks dat dat niet meer expliciet in de (nieuwe) wet (USB) staat. Dat staat onder meer in de vordering tot cassatie in het belang der wet van advocaat-generaal (AG) Bleichrodt die vandaag is ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland.
De beslissing van de rechtbank, dat buitenlandse advocaten die in dienstbetrekking werkzaam zijn bij Shell in Nederland en die niet beschikken over een door Shell ondertekend professioneel statuut, zoals bedoeld in art. 5.12 Verordening op de advocatuur, geen verschoningsgerechtigden zijn in de zin van art. 218 Sv, kan niet in stand blijven omdat de rechtbank daarmee een onjuist toetsingskader heeft gehanteerd. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Spronken de Hoge Raad in haar conclusie van vandaag.