Prejudiciële procedure in belastingzaken bestaat tien jaar

3 april 2026

De prejudiciële procedure in belastingzaken bestaat tien jaar. In die tien jaar werden in 31 belastingzaken prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Met dit instrument is het mogelijk voor rechters om rechtsvragen in een zaak voor te leggen aan de Hoge Raad en de antwoorden te betrekken bij de afhandeling van die zaak. Daardoor kunnen rechtsvragen versneld door de Hoge Raad worden beantwoord en kunnen ook andere rechters die in soortgelijke zaken moeten beslissen de antwoorden op die vragen meenemen. Daarmee draagt de prejudiciële procedure bij aan de kerntaken van de Hoge Raad: rechtsontwikkeling, rechtseenheid en rechtsbescherming. Op donderdag 2 april 2026 werd aan het tienjarig jubileum een symposium gewijd bij de Hoge Raad.

Achtergrond

Op 1 januari 2016 trad het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2016 in werking en werd het voor rechtbanken en gerechtshoven mogelijk om prejudiciële vragen te stellen aan de belastingkamer van de Hoge Raad. Dat was per 1 juli 2012 al mogelijk in civiele zaken en is sinds oktober 2022 ook in strafzaken mogelijk.

Een prejudiciële vraag is een vraag van een rechter aan een hogere rechter, in dit geval de Hoge Raad, over de uitleg van een rechtsregel. Aan het antwoord op zulke vragen kan behoefte bestaan als de rechtsregel niet duidelijk is en de Hoge Raad daarover nog niet eerder heeft beslist. Het moet gaan om vragen die zich voordoen in een concrete zaak die bij een rechtbank of gerechtshof in behandeling is. De mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vagen is verbonden aan een aantal voorwaarden: zo moet een antwoord op de vraag nodig zijn voor het nemen van een beslissing in die zaak. Bovendien moet de vraag breder spelen.

De Hoge Raad streeft ernaar binnen zes maanden de prejudiciële vragen te beantwoorden, al lukt dat niet altijd. In ieder geval kan op redelijk korte termijn door de Hoge Raad antwoord worden gegeven op rechtsvragen zodat de rechters in een rechtbank of gerechtshof verder kunnen met de afhandeling van hun zaak of zaken. Voor rechters kan het handig zijn te weten wat de Hoge Raad ervan vindt, voordat zij uitspraak doen. Dat kan voor partijen in zo’n zaak hoger beroep of cassatieberoep schelen en daarmee in positieve zin bijdragen aan het tijdsverloop.

De zaken

De afgelopen tien jaar zijn in 31 belastingzaken prejudiciële vragen gesteld. Van die 31 zaken zijn in 27 zaken de vragen beantwoord en ligt er nog één zaak ter afhandeling voor bij de Hoge Raad. Voorbeelden van zaken waarin vragen zijn gesteld zijn zaken over rechterlijke toetsing van kosten bij naheffing van parkeerbelasting, over de invulling van het begrip ‘in wezen nieuwbouw’ voor de omzetbelasting, over de fiscale verwerking van afkoopsommen bij renteswaps en over het na massaal bezwaar wijzigen van de verdeling van de heffingsgrondslag voor box 3 tussen fiscale partners.

Het is ook mogelijk om vanuit het Caribisch deel van het Koninkrijk prejudiciële vragen te stellen. Dat is in de afgelopen tien jaar één keer gebeurd. De vragen gingen over de fiscale gevolgen van de tariefwijziging per 1 januari 2019 van de Arubaanse Landsverordening grondbelasting.

Symposium

Tien jaar prejudicieel belastingkamer
Spreker: Arjo van Eijsden, vicepresident van de Hoge Raad (belastingkamer)

Donderdagmiddag 2 april werd bij de Hoge Raad aan het tienjarig jubileum een symposium gewijd met sprekers uit de Hoge Raad, het parket bij de Hoge Raad, de gerechten in feitelijke instantie, de wetenschap en de belastingadviespraktijk. Aanwezig waren ongeveer 170 mensen uit diezelfde geledingen en uit de advocatuur en het ministerie van Financiën/de Belastingdienst. De Hoge Raad neemt graag kennis van de ervaringen van deze betrokkenen en staat uiteraard ook open voor verbeterpunten. Verder had het symposium tot doel meer bekendheid te geven aan de prejudiciële procedure en de mogelijkheid voor rechters om in zaken tot het stellen van rechtsvragen aan de Hoge Raad over te gaan.