Zoeken - Zoekresultaten
Vandaag bracht het Openbaar Ministerie (OM) naar buiten dat het de Procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad heeft verzocht om cassatie in het belang der wet in te stellen in een euthanasiezaak die onlangs door de rechtbank Den Haag werd behandeld. De PG is voornemens aan het verzoek van het OM gevolg te geven. De vordering van de PG wordt naar verwachting in de maand december van dit jaar ingesteld.
De beslissing van de officier van justitie om DNA-materiaal af te nemen bij veroordeelden moet meer gericht worden op strafbare feiten die met DNA-onderzoek kunnen worden opgespoord, zoals ernstige gewelds- en zedenmisdrijven waarop de wetgever oorspronkelijk het oog had. Dat dient de rechtsgelijkheid bij inbreuken op privacy en zorgt er tegelijkertijd voor dat de inspanningen van het Openbaar Ministerie, de politie en de forensische diensten beter gericht zijn op de opsporing van ernstige feiten. Tot die conclusie komt de procureur-generaal bij de Hoge Raad op grond van onderzoek naar DNA-afname bij veroordeelden (pdf, 1,1 MB).
“De Hoge Raad neemt als hoogste rechter beslissingen in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Dat zijn beslissingen in individuele zaken. Maar de taak van de hoogste rechter gaat verder. Hij heeft ook de uitdrukkelijke taak om te zorgen voor de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling in ons land. Maatschappelijk is dat een belangrijke taak. Op die manier kan de Hoge Raad niet alleen bescherming bieden aan partijen die een zaak aan hem voorleggen. Hij kan daarmee aan veel meer mensen de richting wijzen op juridisch gebied, duidelijkheid bieden hoe de wet moet worden uitgelegd. Het bijdragen aan de rechtsontwikkeling is tegenwoordig de kerntaak van de Hoge Raad.”
Vandaag heeft advocaat-generaal Aben een vordering tot herziening ingediend bij de Hoge Raad in een zaak waarin het gaat om de veroordeling en oplegging van de tbs-maatregel voor doodslag op een 37-jarige vrouw in Hintham op 10 april 2000.
Veroordeling wegens mishandeling door sliding tackle tijdens amateurvoetbalwedstrijd blijft in stand
De veroordeling van een man wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg door een sliding tackle tijdens een amateurvoetbalwedstrijd in Schoonhoven blijft in stand. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag.
De Nederlandse strafwet kan worden toegepast op leden van een gewapende oppositiegroep die zich buiten Nederland in het kader van een intern gewapend conflict schuldig maken aan terroristische misdrijven. Het internationaal humanitair recht (oorlogsrecht) is niet exclusief van toepassing.
De Hoge Raad heeft in de afgelopen anderhalf jaar een aantal arresten gewezen waaruit blijkt dat de Hoge Raad een strakkere grenslijn trekt tussen medeplegen aan de ene kant en medeplichtigheid aan de andere kant (HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474; HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:713/716/718).
Met ingang van 1 mei 2024 start de Hoge Raad met het verplicht digitaal procederen in civiele prejudiciële procedures. De verplichting tot digitaal procederen vloeit voort uit het Besluit verplicht elektronisch procederen in civiele prejudiciële procedures Hoge Raad dat op 1 mei 2024 in werking treedt en uit het per die datum gewijzigde procesreglement van de Hoge Raad.
De ministerraad heeft vandaag ingestemd met de benoeming van drie raadsheren in de Hoge Raad, R. (Reindert) Kuiper, W.A.P. (Wendy) van Roij en F. (Femke) Damsteegt.
De veroordelingen van drie verdachten wegens, onder meer, betrokkenheid bij het voorbereiden van een terroristische aanslag in Nederland en het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk had om terroristische misdrijven te plegen, blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.