Prejudiciële vraag 22/00232


Rechtsgebied
Civiel
Verwijzende instantie
Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (C/05/380733/HZ ZA 20-455)
Datum uitspraak
12 januari 2022
Vindplaats uitspraak
ECLI:NL:RBGEL:2022:68
Status
In behandeling bij Raad
Datum conclusie PG
17 juni 2022
Vindplaats conclusie PG
ECLI:NL:PHR:2022:577

Gelden de vereisten voor een geldige overdracht, zoals bepaald in artikel 3:84 BW, voor de overgang van fosfaatrechten van het vermogen van de rechthebbende op de fosfaatrechten naar het vermogen van een ander?

4.14. Gelet op wat de rechtbank in rechtsoverwegingen 4.1 tot en met 4.11 heeft
overwogen zal de rechtbank de volgende rechtsvragen aan de Hoge Raad voorleggen:
a. Gelden de vereisten voor een geldige overdracht, zoals bepaald in artikel 3:84 BW, voor
de overgang van fosfaatrechten van het vermogen van de rechthebbende op de
fosfaatrechten naar het vermogen van een ander?
b. Komt bij de overgang vanfosfaatrechten van het vermogen van de rechthebbende op de
fosfaatrechten naar het vermogen van een ander betekenis toe aan de registratie in de zin
van artikel 27 Mw? En zoja, welke betekenis komt aan de registratie toe?
c. Kan eenfosfaatreçht onder voorbehoud worden overgedragen nu de Meststoffenwet dat
niet uitsluit? Zoja, is het bepaalde in Afdeling 1 van Titel 2b Boek 7 BW (Goederenkrediet)
van overeenkomstige toepassing op eenfosfaatrecht?
d. Als het antwoord op de vragen a, b en c bevestigend is dan is van belang dat voor
de duiding van de overeenkomst van eiser in conventie en alle andere huurkoopovereenkomsten
met betrekking tot agrarische productierechten of de Hoge Raad meent dat dit in
overeenstemming is met de aard van het recht.