Prejudiciële vraag 20/02201


Rechtsgebied
Belasting
Verwijzende instantie
Rechtbank Den Haag (SGR 18/8226)
Datum uitspraak
15 juli 2020
Vindplaats uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2020:7543
Status
Schriftelijke opmerkingen
Reactietermijn
10 september 2020 tot en met 21 oktober 2020
Ingediende schriftelijke opmerkingen

Er zijn prejudiciële vragen gesteld over de toepassing van artikel 15(2)(c) Wet OB 1968 (is de ontvanger van de dienst gevestigd buiten de EU?) in het kader van bitcoin mining.

De rechtbank: legt de Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing de
volgende vragen voor:

1) Mag de wettekst van artikel 15, tweede lid, onderdeel c. van de Wet zo ruim worden geïnterpreteerd dat, in geval van ernstige en reële bewijsnood, met een vermoeden of met algemene statistische gegevens kan worden onderbouwd dat de ontvanger van een dienst buiten de Gemeenschap is gevestigd?
2) Zo de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: mogen algemene statistische gegevens over de handel in bitcoins worden aangewend ter onderbouwing van de plaats van vestiging van de afnemers van mining-activiteiten terwijl de handel in bitcoins niét hetzelfde is als de mining-activiteiten die door eiseres worden verricht?;

houdt iedere verdere beslissing aan.
Schriftelijke opmerkingen Indiener Reactiedatum
20-02201-D0001 - Schriftelijke opmerkingen.pdf B.S. Kamruddin (Ministerie van Financiën) 6 oktober 2020