Prejudiciële vraag 22/01246


Rechtsgebied
Belasting
Verwijzende instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda (BRE 19/5757)
Datum uitspraak
31 januari 2022
Vindplaats uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2022:378
Status
Schriftelijke opmerkingen
Reactietermijn
21 april 2022 tot en met 2 juni 2022

Rechtbank Breda vraagt de Hoge Raad om concretisering van het ‘in-wezen-nieuwbouw’-criterium.

De rechtbank verzoekt de Hoge Raad de volgende vragen door middel van een prejudiciële
beslissing te beantwoorden:
1. Aan de hand van welke criteria moet worden beoordeeld of na
(verbouwings)werkzaamheden aan een onroerende zaak ‘in wezen nieuwbouw’ is
gerealiseerd? Dient die beoordeling plaats te vinden aan de hand van de volgende
criteria:
wijzigingen in de bouwkundige identiteit/uiterlijke herkenbaarheid;
wijzigingen in de bouwkundige constructie;
wijzigin'gen in functie in de zin van aanwendingsmogelijkheden;
de grootte van de gedane investeringen en/of de door verbouwing
: gerealiseerde meerwaarde;
dan wel (mede) aan de hand van andere criteria?
2. Welk(e) van de onder 1 bedoelde criteria moet(en) als noodzakelijke voorwaarde(n)
voor ‘in wezen nieuwbouw’ worden aarigemerkt? 23
23 Zie overweging 5.5 van de conclusie.
BRE 19/5757 blad 13
3. Welk (relatief) gewicht moet in zijn algemeenheid worden toegekend aan de in vraag
1 bedoelde criteria?
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat de Hoge Raad
naar aanleiding van de vorenstaande vraag uitspraak heeft gedaan