Prejudiciële vraag 21/03802


Rechtsgebied
Civiel
Verwijzende instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem (200.261.995)
Datum uitspraak
7 september 2021
Vindplaats uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2021:8488
Status
Schriftelijke opmerkingen
Reactietermijn
16 september 2021 tot en met 25 november 2021

Moet een tijdelijke intrek in een door de verhuurder ter beschikking gestelde, volledig ingerichte en gestoffeerde wisselwoning, worden aangemerkt als een verhuizing, zoals bedoeld in artikel 7:220 lid 5 BW?

3.24 In verband met het voorgaande wenst het hofvan de Hoge Raad een antwoord op de
onderstaande prejudiciële vragen:
1. Moet een tijdelijke intrek in een door de verhuurder ter beschikking gestelde,
volledig ingerichte en gestoffeerde wisselwoning, worden aangemerkt als een
verhuizing, zoals bedoeld in artikel 7:220 lid 5 BW?
2. Is het antwoord op vraag 1. mogelijk anders als in combinatie met de sub 1
geschetste situatie de woning ten behoeve van de renovatiewerkzaamheden
volledig ofgrotendeels ontruimd moet worden?
3. Maakt het bij de beantwoording van de onder 2. vermelde vraag nog verschil of
de inboedel wordt opgeslagen in een door de verhuurder op diens kosten ter
beschikking gestelde opslagruimte?
4. En maakt het bij de beantwoording van vraag 3. nog verschil of de kosten van
verplaatsing van de inboedel (naar die opslagruimte en terug naar de woning)
voor rekening van de verhuurder komen?
5. Maakt het bij de beantwoording van de onder 1. vermelde vraag nog verschil of
de huurder bij terugkeer in de gerenoveerde woning als gevolg van de
renovatiewerkzaamheden herinrichtingskosten in de eigen woning heeft moeten
maken? Hieronder wordt niet begrepen herstel van schade, maar
herinrichtingskosten die noodzakelijk zijn als gevolg van de
renovatiewerkzaamheden, bijvoorbeeld bij een gewijzigde maatvoering van
gerenoveerde kozijnen