Prejudiciële vraag 21/03643


Rechtsgebied
Civiel
Verwijzende instantie
Rechtbank Amsterdam (C/13/704064/FT RK 21.587)
Datum uitspraak
23 augustus 2021
Vindplaats uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2021:4475
Status
Schriftelijke opmerkingen
Reactietermijn
9 september 2021 tot en met 7 oktober 2021

Is op grond van art. 369 lid 4 Fw het in afdeling 2, titel 4 Fw bepaalde (de WHOA) van toepassing op vorderingen van de bedrijfspensioenfondsen in de zin van de wet Bpf2000 betreffende achterstallige pensioenpremies?

Mededeling aan derden:

Derden die (door tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad) op de voet van paragraaf 3.3.8 van het Procesreglement schriftelijke opmerkingen willen indienen, gelet op de spoed die bij de beantwoording van deze prejudiciële vraag gewenst is, krijgen daarvoor op de voet van artikel 3.3.8.2 Procesreglement tot en met uiterlijk 7 oktober 2021 de gelegenheid, en zij dienen van het voornemen om schriftelijke opmerkingen in te dienen de griffier in kennis te stellen.


Prejudiciële vraag:

De rechtbank stelt de Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing de
volgende rechtsvraag:

Is op grond van artikel 369 lid 4 Fw het in afdeling 2, titel 4 Faillissementswet
bepaalde (de WHOA) van toepassing op vorderingen van de
bedrijfspensioenfondsen in de zin van de wet Bpf2000 betreffende achterstallige
pensioenpremies?

Deze is gebaseerd op beschikkingen van de rechtbank Amsterdam van 5 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4741 en 23 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4475.