Prejudiciële vraag 21/03214


Rechtsgebied
Civiel
Verwijzende instantie
Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht (8566575 UC EXPL 20-4505 DS/1286)
Datum uitspraak
28 juli 2021
Vindplaats uitspraak
Status
Schriftelijke opmerkingen
Reactietermijn
26 augustus 2021 tot en met 4 november 2021

Vaststelling aanvangshuurprijs op basis van Besluit huurprijzen woonruimte bij het ontbreken van een WOZ-waarde op de peildatum.

A. Biedt de systematiek van artikel 10 van de Uitvoeringswet woonruimte, artikel 5
Bhw en onderdeel 9 van bijlage I sub A Bhw, ruimte om meer punten aan onderdeel 9 van
bijlage I sub A bij het Bhw toe te kennen, dan gebaseerd op de in dit onderdeel genoemde
minimumwaarde, als de laatst bekende WOZ-waarde op de peildatum (de ingangsdatum van
de huurovereenkomst) niet bekend is of geen goed beeld geeft van de waarde bedoeld in
artikel 17 en 18 WOZ?

B. Zo ja, is het gebruik maken van die ruimte gebonden aan regels en kunnen die regels
worden benoemd aan de hand van de situaties die zijn omschreven in dé vragen die Xior
heeft geformuleerd (zie hiervoor punt 2.6., vraag C van Xior)?

C. Indien vraag A negatief moet worden beantwoord bieden de artikelen 6:2 lid 2 BW
en/of 6:248 lid 2 BW ruimte Om tot een andere waardering voor de WOZ-waarde te komen
dan als uitgangspunt geldt voor onderdeel 9 bijlage I sub A Bhw en zo ja kan aan de hand
van de situaties die zijn omschreven in vraag C van Xior worden benoemd waarin die ruimte
zijn begrenzing vindt?

D. Is bij de beantwoording van voornoemde vragen relevant of:
d. aan hét gehuurde later, tijdens dé procedure bij de Huiircommissje of de kantonrechter,
een WOZ-waarde is toegekend die aanknopingspunten biedt om de WOZ-waarde vast te
stellen op dé peildatum (bijvoorbeeld een WÖZ-beschikking met een waarde per 1 januari
van het jaar waarin de huurovereenkomst is ingegaan, zie de aanverwante zaken waarin ook
' heden uitspraak wordt gedaan door de kantonrechter);
e. verhuurder en/of huurder al dan niet (tijdig) pogingen hebben ondernomen om te komen
tot een realistische WOZ-waarde beschikking op de peildatum?
Zo ja, wat is de betékenis die daaraan móet worden toegekend?

E. Is bij dé beantwoording van voornoemde vragen relevant ofsprake is van een situatie
waarbij het niet mogelijk is een WOZ-waarde vast te laten stellen omdat voor de woning
geen bouwvergunning en/splitsingsvergunning is afgegeven en dus sprake is van een illegale
situatie? Zo ja wat is de betekenis die daaraan moet worden toegekend?