Prejudiciële vraag 21/02188


Rechtsgebied
Civiel
Verwijzende instantie
Rechtbank Amsterdam (8427775 CV EXPL 20-6358)
Datum uitspraak
25 maart 2021
Vindplaats uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2021:1348
Status
In behandeling bij Raad
Datum conclusie PG
18 augustus 2021
Vindplaats conclusie PG
ECLI:NL:PHR:2021:761

Heeft beslissing van de rechter op grond van art. 7:267 lid 7 BW (scheidingsregeling) ook werking jegens de verhuurder?

De kantonrechter:
stelt - met verwijzing naar de hierboven in rov. 3 tot en met 5 gegeven toelichting - de navolgende vragen aan de Hoge Raad:
1. Heeft een beslissing van de rechter op grond van art. 7:267 lid 7 BW, waarin bepaald wordt dat een of meer van de personen bedoeld in art. 7:267 lid 4 BW (huurder en/of de wettelijke medehuurders) de huur met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip niet langer voortzet(ten), niet alleen werking jegens de (mede)huurders, maar ook jegens de verhuurder?
2. Kan art. 7:267 lid 7 BW -op dezelfde wijze als dat voor een beslissing op grond van art. 7:266 lid 5 BW geldt - naar analogie worden toegepast indien sprake is van contractuele medehuurders die niet gehuwd noch geregistreerd partner zijn en zo ja, geldt dan ook dat deze beslissing jegens de verhuurder werking heeft, zonder dat deze in de procedure betrokken wordt?
Deze vraag valt uiteen in twee onderdelen:
a. Kan art. 7:267 lid 7 BW naar analogie worden toegepast bij contractuele medehuurders?
b. Heeft de uitspraak bij analoge toepassing van art. 7:267 lid 7 BW ook werking jegens de verhuurder?