Prejudiciële vraag 21/00331


Rechtsgebied
Belasting
Verwijzende instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda (19/83 t/m 19/87 en 19/143 t/m 19/150)
Datum uitspraak
21 januari 2021
Vindplaats uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2021:260
Status
Schriftelijke opmerkingen
Reactietermijn
11 februari 2021 tot en met 25 maart 2021
Ingediende schriftelijke opmerkingen

Prejudiciële vragen over vergoeding van rente door fiscus bij teruggaaf van belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

la) Staat bezwaar open tegen een rentevergoeding vermeld op een kennisgeving door de inspecteur van een teruggaaf van BPM die op aangifte is voldaan, indien eerder in een rechterlijke uitspraak in een procedure met betrekking tot de voldoening op aangifte reeds is. beslist over een rentevergoeding ter zake van die teruggaaf?
1 b) Is het voor het antwoord op vraag la) relevant of (i) de kennisgeving - al dan niet specifiek ter zake van de rente - melding maakt van een ‘beschikking’ en/of een rechtsmiddelverwijzing bevat en (ii) of de rente die is vermeld op de kennisgeving al dan niet afwijkt van de beslissing over de rente in de rechterlijke uitspraak?
2a) Dient de inspecteur een bezwaar dat is gemaakt tegen de op grond van artikel 30ha en 30j van de AWR bij beschikking vastgestelde rentevergoeding ter zake van een teruggaaf van BPM die op aangifte is voldaan, niet-ontvankelijk te verklaren, indien - vóórdat de uitspraak op dat bezwaar is gedaan - een rechter in de procedure tegen de voldoening op aangifte inmiddels heeft beslist over de hoogte van de rentevergoeding op grond van artikel 30ha van de AWR ter zake van die teruggaaf?
2b) Is het voor het antwoord op vraag 2a) relevant of de hoogte van de laatstbedoelde rentevergoeding al dan niet afwijkt van de eerstbedoelde rentevergoeding?
3) Is de opvatting juist dat voor de bepaling of sprake is van een rechterlijke beslissing over een rentevergoeding als bedoeld in de vragen la) en 2a), hetgeen in rechterlijke uitspaak in de beslissing (‘het dictum’) is opgenomen terzake van de rente .moet worden uitgelegd in het licht van de overwegingen in die uitspraak? Is.de opvatting juist*dat aan het oordeel dat sprake is van een rechterlijke beslissing, niet in de weg hóeft te staan dat niet exact hét rentebedrag is vermeld maar de hoogte van de rentevergoeding meer in abstracte zin is vermeld? Zijn er nog andere meer algemene gezichtspunten die van belang zijn voor de bepaling of sprake is van een rechterlijke beslissing als hiervoor bedoeld?
4a) Voldoet een rentevergoeding op basis van artikel 30ha van de AWR voor zover het gaat
43 De voorgelegde vraag luidde: 4d) Worden de antwoorden op vragen 4a, 4b en 4c anders indien de periode waarover rente wordt vergoed zich ook uitstrekt tot vóór 1 januari 2013 en zo ja in welk opzicht?
BRE 19/83 toten met 19/87 en 19/143 toten met 19/150 blad 18
om de in artikel 30hb AWR (tekst tot 1 juni 2020) neergelegde rentevoet en de methode van enkelvoudige berekening, zonder meer aan de eisen die uit het doeltreffendheidsbeginsel voortvloeien ter zake van een rentevergoeding bij teruggaaf van in strijd met het Unierecht geheven BPM?
4b) Zo dat niet het geval is, op basis van welke maatstaf en welke uitgangspunten moet getoetst worden of die rentevoet in samenhang bezien met de methode van enkelvoudige berekening leidt tot een rentevergoeding die het doeltreffendheidsbeginsel eerbiedigt?
4c) Zo het doeltreffendheidsbeginsel zich ertegen verzet dat de rentevergoeding wordt berekend op basis van de in artikel 30hb AWR (tekst tot 1 juni 2020) neergelegde rentevoet in samenhang bezien met de methode van enkelvoudige berekening, op basis van welke maatstaf en welke uitgangspunten moet dan rechtsherstel plaatsvinden?
4d) Worden de antwoorden op de vragen 4a, 4b en 4c anders indien het gaat om een rentevergoeding ter zake van een teruggaaf van BPM die verband houdt met een BPM- schuld die is ontstaan vóór 1 januari 2012, en zo ja in welk opzicht?
Schriftelijke opmerkingen Indiener Reactiedatum
21-00331-D0003 - Schriftelijke opmerkingen.pdf A.B.M.O. van Streepen (De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs) 25 maart 2021