Zoeken - Zoekresultaten
Het verschil tussen het standaardtarief (forfait) voor vergoeding van bezwaarkosten in belasting- en premiezaken en het hogere tarief in andere zaken schendt het discriminatieverbod. Tot die slotsom komt advocaat-generaal (AG) Koopman in zijn conclusie die vandaag is gepubliceerd.
Bij de Hoge Raad loopt een cassatieprocedure die betrekking heeft op de hoogte van het belastingrentepercentage op de belastingaanslag vennootschapsbelasting. Ter voorbereiding van het nemen van een beslissing geeft de Hoge Raad iedereen tot en met vrijdag 20 juni 2025 de gelegenheid om ‘mee te denken’. De Hoge Raad maakt hiermee gebruik van het instrument van de ‘amicus curiae’. Ook de advocaat-generaal (AG) kan de opmerkingen van derden betrekken in zijn conclusie over de in deze zaak door de Hoge Raad te nemen beslissing.
Het bij Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi) per 1 januari 2022 naar 8% verhoogde percentage vennootschapsbelastingrente is onverbindend omdat de Besluitgever buiten een aan hem gedelegeerde regelbevoegdheid is gegaan. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Koopman de Hoge Raad in een vandaag gepubliceerde conclusie.
De bij het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi) per 1 januari 2022 naar 8% verhoogde belastingrente voor de vennootschapsbelasting is onverbindend omdat de desbetreffende bepaling van het Bbi in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Als gevolg hiervan moet die bepaling buiten toepassing blijven. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
De tot halverwege 2020, in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) vastgelegde belastingrente van minimaal 4% voor niet-vennootschapsbelastingzaken is niet onverbindend. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Koopman de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.
Een door een buitenlandse werkgever aan een Nederlandse werknemer toegekende kostenvergoeding is vrijgesteld voor de inkomstenbelasting voor zover die vergoeding voldoet aan de wettelijke eisen die in de loonbelasting gelden voor een vrijgestelde kostenvergoeding. Die vergoeding door de werkgever hoeft niet vooraf als zodanig te worden aangewezen, zoals voor de loonbelasting nodig is. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist.
Volgens advocaat-generaal (AG) Koopman moeten twee uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over het informele verschoningsrecht van belastingadviseurs worden vernietigd.
De beperkingen in de proceskostenvergoedingen die per 1 januari 2024 zijn ingevoerd in zaken over de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm), zijn toelaatbaar. Ze zijn namelijk niet discriminerend en ook niet in strijd met EU-recht. Dat heeft de belastingkamer van de Hoge Raad vandaag geoordeeld.