Zoeken - Zoekresultaten
De Hoge Raad stelde in zijn uitspraak van 5 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:475) drie prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU). Die vragen gingen over Richtlijn 2002/58/EG en over het (voor strafvorderlijke doeleinden) verlenen van toegang aan overheidsinstanties tot bij aanbieders van communicatiediensten opgeslagen verkeers- en locatiegegevens (waaronder identificerende gegevens) van gebruikers van die communicatiediensten. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad, in afwachting van de beantwoording van de vragen door het HvJEU, een voorlopig beslissingskader voor dit soort kwesties opgesteld.
De beperkingen in de proceskostenvergoedingen die per 1 januari 2024 zijn ingevoerd in zaken over verkeersboetes die zijn opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV, of ook wel: de Wet Mulder), zijn toelaatbaar.
In drie uitspraken van vandaag gaat de Hoge Raad in op gevallen waarin de verdediging pas bij de inhoudelijke behandeling van de zaak op zitting verzoekt een getuige te horen, terwijl de verdediging al in een eerder stadium van de procedure de mogelijkheid heeft gehad zo’n verzoek te doen.
Advocaat-generaal (AG) Van Wees heeft vandaag een conclusie genomen in de cassatieprocedure naar aanleiding van inbeslaggenomen geluidsbestanden van gesprekken die door Peter R. de Vries zijn gevoerd met onder andere twee (toenmalige) advocaten. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie (OM) een aantal fragmenten van die geluidsbestanden mag gebruiken in de strafzaak tegen een van de twee advocaten. Tegen die beslissing is door de twee advocaten cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De veroordeling van een Haagse oud-wethouder wegens schending van zijn geheimhoudingsplicht kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Van Wees de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.
AG gaat in zijn conclusie in op het recht van het kind op onderwijs en de positieve verplichtingen die Nederland heeft om dat recht te verzekeren
De veroordeling van een verdachte voor het doden van een 22-jarige man uit Assendelft in 2021 en het wegmaken van zijn lichaam kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Spronken de Hoge Raad in haar conclusie van vandaag.
De Hoge Raad heeft vandaag uitspraak gedaan in de cassatieprocedure naar aanleiding van inbeslaggenomen geluidsbestanden van gesprekken die door Peter R. de Vries zijn gevoerd met onder andere twee (toenmalige) advocaten. Het gaat in deze procedure om de vraag of die geluidsbestanden mogen worden gebruikt voor strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie (OM) een aantal fragmenten van die geluidsbestanden daarvoor mag gebruiken. Tegen die beslissing is door de twee advocaten cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad is kort gezegd van oordeel dat de uitspraak grotendeels in stand kan blijven maar dat de rechtbank beter had moeten onderzoeken en motiveren of met de doorbreking van het verschoningsrecht de belangen zijn geschaad van andere cliënten dan de cliënt waar de verdenking betrekking op heeft.