Prejudiciële vraag 26/00082
- Rechtsgebied
- Civiel
- Datum publicatie
- 14 januari 2026
- Verwijzende instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch (200.356.442/01)
- Datum uitspraak
- 8 januari 2026
- Vindplaats uitspraak
- Status
- Ingekomen
Kan een belanghebbende worden ontvangen in een verzoek tot het onder toezicht stellen van een minderjarige die reeds onder toezicht is gesteld?
verzoek tot het onder toezicht stellen van een minderjarige (op grond van artikel
1:255 BW) die reeds onder toezicht is gesteld, indien dit verzoek gelijktijdig
wordt gedaan met het verzoek tot verlenging van de reeds lopende
ondertoezichtstelling (op grond van artikel I:260 BW), en is het voor de
beantwoording van die vraag van belang of aan beide verzoeken dezelfde
motivering ten grondslag wordt gelegd?
2. Is de gevolgtrekking die in de meeste beschikkingen van de hoven gegeven
wordt aan voornoemd arrest van de Hoge Raad (ECLI:HR:2021:1113),te weten
dat ook in hoger beroep een worden verlengd. de juiste, hierbij in aanmerking
genomen dat in de situatie die heeft geleid tot voornoemd arrest van de Hoge
Raad een situatie in eerste aanleg betrof ?
3. Is een belanghebbende ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen een afwijzende
beslissing van de kinderrechter op het verzoek om verlenging van de
ondertoezichtstelling, nadat ondertoezichtstelling van rechtswege is geëindigd na
de beslissing van de kinderrechter, maar voor de beslissing van het gerechtshof?
4. Is het in dat verband van belang of een belanghebbende hoger beroep instelt
terwijl op dat moment de ondertoezichtstelling nog niet, maar gedurende de
procedure in hoger beroep (vóór de beschikking van het hof) van rechtswege is
geëindigd?
5. Bestaat er een verschil in rechtsbescherming voor belanghebbenden in het geval
een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling (gedeeltelijk) is
afgewezen of in het geval een verzoek tot een eerste ondertoezichtstelling
gedeeltelijk is afgewezen?
6. Kan een ondertoezichtstelling, die van rechtswege is geëindigd met
terugwerkende kracht alsnog ‘herleven' bij een gegrond hoger beroep tegen de
afwijzing van een deel daarvan in eerste aanleg? Maakt het hierbij uit of het in
eerste aanleg hierbij ging om een eerste ondertoezichtstelling of een verlenging
van een ondertoezichtstelling?