Prejudiciële vraag 26/00980


Rechtsgebied
Straf
Datum publicatie
9 april 2026
Verwijzende instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (20-000115-25)
Datum uitspraak
17 maart 2026
Vindplaats uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2026:724
Status
In behandeling bij Raad
Datum conclusie PG
16 juni 2026
Vindplaats conclusie PG
ECLI:NL:PHR:2026:590

Heeft Nederland op grond van art. 4, aanhef en onderdeel d, Sr rechtsmacht over het in het buitenland valselijk opmaken van een IND-formulier ten behoeve van een nareisprocedure?

1. Kunnen de belangen die in het geding zijn bij het vervalsen van een door de IND verstrekt geschrift in het kader van een door een familielid in Nederland gedaan nareisverzoek strekkend tot gezinshereniging, welk geschrift, mits naar waarheid ingevuld, de weg opent naar rechtmatig verblijf van een vreemdeling in Nederland, worden aangemerkt als 'gewichtige algemene nationale rechtsbelangen' ter bescherming waarvan een grondslag voor rechtsmacht is opgenomen in artikel 4 Sr (vgl. Kamerstukken II 2012/13, 33572, nr. 3, p. 4)?

2. Is (daarmee) sprake van een strafbaar feit ‘gepleegd tegen een Nederlandse overheidsinstelling' als bedoeld in art. 4, aanhef en onderdeel d, Sr wanneer een 'formulier Bijlage Verklaring burgerlijke staat’ van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet naar waarheid wordt ingevuld (valselijk wordt opgemaakt) met het oogmerk om dit als echt en onvervalst te (doen) gebruiken in een nareisprocedure?