Resultaten vervolgonderzoek over de OM-strafbeschikking aangeboden
De procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad, Edwin Bleichrodt, heeft de minister van Justitie en Veiligheid vandaag een nieuw rapport over de OM-strafbeschikking aangeboden, getiteld Wordt vervolgd: Buiten de rechter OM, geïntensiveerd.
Het rapport is het resultaat van een vervolgonderzoek op het in 2022 door de PG uitgebrachte rapport ‘Buiten de rechter OM’. In dat rapport was geconstateerd dat het OM bij de uitoefening van zijn taak ten aanzien van de OM-strafbeschikking de wettelijke voorschriften op verschillende punten niet naar behoren naleefde. In het nieuwe rapport wordt geconstateerd dat sinds de aanbieding van ‘Buiten de rechter OM’ een belangrijk deel van de door het Openbaar Ministerie (OM) voorgenomen verbeteringsmaatregelen nog niet is uitgevoerd.
In het rapport wordt ook ingegaan op de door het OM sinds 1 februari 2025 in gang gezette geïntensiveerde inzet van de OM-strafbeschikking. In dat kader is onderzoek gedaan naar de uitvoeringspraktijk van de uitvaardiging van OM-strafbeschikkingen voor veelvoorkomende vermogensdelicten. Na bestudering van 129 strafdossiers waarin voor deze misdrijven strafbeschikkingen zijn uitgevaardigd, wordt geconcludeerd dat in de praktijk de wettelijke voorschriften op belangrijke onderdelen nog niet in alle opzichten worden nageleefd. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de ICT (het OM werkt aan de invoering van een nieuw zaaksysteem), maar voor een deel ook met het tempo waarin de besluitvorming naar aanleiding van de bevindingen in ‘Buiten de rechter OM’ verloopt en met het weinig benutten van de mogelijkheid tot handmatig aanbrengen van verbeteringen.
Een duidelijke verbetering ten opzichte van de uitkomst van eerdere onderzoeken is wel dat het OM in alle gevallen waarin dat kon worden nagegaan tot een schuldvaststelling heeft kunnen komen.
Eerder onderzoek naar de OM-strafbeschikking
De OM-strafbeschikking, waarbij de officier van justitie zelfstandig, buiten de rechter om, een straf, maatregel of aanwijzing oplegt, is al meerdere keren onderwerp geweest van toezichtonderzoek van de PG bij de Hoge Raad. In het in 2022 uitgebrachte rapport ‘Buiten de rechter OM’ is geconcludeerd dat het OM bij het uitvaardigen van strafbeschikkingen de wettelijke voorschriften op verschillende punten niet naar behoren handhaaft of uitvoert. Zo zijn gebreken geconstateerd in de feitomschrijvingen (de concrete gedraging) en kwalificaties (het concrete strafbare feit) in strafbeschikkingen en is de schuldvaststelling in een aantal zaken als gebrekkig beoordeeld. Ook is geconstateerd dat de informatieverstrekking aan de verdachte voor verbetering vatbaar is en dat de wettelijke verplichting om relevante onderdelen van de strafbeschikking te vertalen vaak niet wordt nageleefd. Het rapport uit 2022 bevat in dit verband aanbevelingen over (i) de feitomschrijvingen, (ii) de kwalificaties, (iii) de informatieverstrekking aan de verdachte over de tenuitvoerlegging van de opgelegde sanctie en (iv) de vertaling van de strafbeschikking voor verdachten die de Nederlandse taal niet voldoende machtig zijn.
Reikwijdte van het vervolgonderzoek
Mede naar aanleiding van de door het OM begin 2025 in gang gezette geïntensiveerde inzet van de strafbeschikking, heeft de PG een vervolgonderzoek verricht. Onderzocht is welke inspanningen het OM heeft gepleegd naar aanleiding van het in 2022 door de PG uitgebrachte rapport. Het vervolgonderzoek is beperkt tot de door het OM getroffen maatregelen waarvan de implementatie niet is gekoppeld aan de invoering van het nieuwe geautomatiseerde zaaksysteem Emma. De maatregelen die daar wel aan zijn gekoppeld, zullen op een ander moment door de PG worden beoordeeld. Ook heeft de PG onderzoek gedaan naar de geïntensiveerde uitvoeringspraktijk. Bij dat onderzoek heeft de vraag centraal gestaan in hoeverre het OM bij het uitvaardigen van OM-strafbeschikkingen voor veelvoorkomende vermogensdelicten de toepasselijke wettelijke voorschriften naar behoren heeft nageleefd.
Resultaten van het vervolgonderzoek
De door het OM voorgenomen maatregelen tot verbetering van de naleving van de wettelijke voorschriften bij het uitvaardigen van OM-strafbeschikkingen zijn op belangrijke punten niet van de grond gekomen vanwege beperkte mogelijkheden tot het aanpassen van geautomatiseerde systemen. De door het OM voorgenomen maatregelen tot verbetering van de feitomschrijvingen en de kwalificaties zijn doorgeschoven naar de invoering van een nieuw zaaksysteem. Dat neemt echter niet weg dat ook in het huidige verouderde zaaksysteem GPS handmatig verbeteringen kunnen worden aangebracht. De PG stelt vast dat daarvan in de praktijk onvoldoende gebruik wordt gemaakt. Dat geldt met name voor verbetering van de feitomschrijving. De PG beveelt dan ook aan de handmatige aanpassing van feitomschrijvingen te bevorderen en te bewaken zolang de automatisering voor een passende feitomschrijving ontoereikend is.
Slechts aan twee van de vier aanbevelingen uit het rapport ‘Buiten de rechter OM’ is voor een deel opvolging gegeven. De door de PG aanbevolen verbetering van de informatieverstrekking aan de verdachte, die in de loop van 2025 zou worden doorgevoerd, heeft vertraging opgelopen en zal alleen betrekking hebben op informatieverstrekking over de tenuitvoerlegging van de taakstraf en van de gedragsaanwijzing. Over de informatieverstrekking over de tenuitvoerlegging van de onttrekking aan het verkeer en de ontzegging van de rijbevoegdheid is nog niet besloten.
Voor strafbeschikkingen die door het OM zelf worden uitgereikt, is voorzien in de vertaling van relevante onderdelen van de strafbeschikking. Over de vertaling van strafbeschikkingen voor misdrijven die door het CJIB worden verzonden, is het OM echter nog in gesprek met het CJIB.
Timing, vormgeving en monitoring bij de geïntensiveerde inzet van de OM-strafbeschikking
De PG beveelt aan om bij een eventueel voornemen tot uitbreiding van de intensivering van de OM-strafbeschikking de vraag te betrekken in hoeverre de automatisering en de organisatie in staat zijn de wettelijke voorschriften, bijvoorbeeld ten aanzien van feitomschrijvingen en vertalingen, na te leven.
In de Tijdelijke instructie uit 2025, die aanvankelijk niet was gepubliceerd, wordt inhoudelijk afgeweken van de inhoud van gepubliceerde beleidsregels. Tegen deze achtergrond doet de PG de aanbeveling om een heroriëntatie te overwegen op de verhouding tussen de verschillende beleidsregels die het OM kan inzetten bij het doorvoeren van beleidswijzigingen.
Ten slotte beveelt de PG aan dat het OM uitvoering geeft aan de door het OM zelf aangekondigde monitoring en evaluatie van het gewijzigde beleid.
Toezichthoudende bevoegdheid PG
Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van het toezicht dat de PG bij de Hoge Raad houdt op de uitoefening van wettelijke taken door het OM (art. 122 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Voor meer informatie: Toezicht op het Openbaar Ministerie | Hoge Raad
De PG bij de Hoge Raad is een onafhankelijk en zelfstandig instituut binnen de rechterlijke organisatie dat los staat van het rechtscollege de Hoge Raad. Er is geen gezagsverhouding tussen de PG en de Hoge Raad. De PG geeft leiding aan het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad behoort niet tot het OM en is onafhankelijk ten opzichte van de minister van Justitie en Veiligheid.
Lees hier het onderzoeksrapport (pdf, 3 MB).