Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim 667.000 NAf verdiend met mensenhandel en werkverschaffing illegalen in Curaçao blijft in stand

26 mei 2026

De door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) in twee zaken opgelegde maatregel ter ontneming van ruim 667.000 NAf dat is verdiend met grootschalige mensenhandel/-smokkel en illegale tewerkstelling van vrouwen uit Venezuela in een nachtclub in Curaçao, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

De zaak

Het ging in de strafzaak om twee betrokkenen, een echtpaar, die een nachtclub hadden in Curaçao waar ze vrouwen uit Venezuela illegaal tewerkstelden als ‘trago’-meisjes. Die vrouwen waren door de verdachten op illegale wijze naar Curaçao gehaald. Zij werkten zonder contract en werkvergunning in de nachtclub, waar zij lange dagen moesten maken en er voornamelijk voor moesten zorgen dat de klanten zoveel mogelijk drankjes bestelden. Ook kon seks met klanten tot de werkzaamheden behoren. Dat diende te gebeuren in het nabijgelegen hotel waar de vrouwen ook verplicht moesten wonen. Het Hof kwam in de strafzaak bij beide verdachten tot een bewezenverklaring van medeplegen van mensenhandel, mensensmokkel en werkverschaffing aan illegalen en legde vier jaar gevangenisstraf op. Die straffen zijn inmiddels onherroepelijk.

In de ontnemingszaken legde het Hof telkens een ontnemingsmaatregel op van NAf 667.241. Tegen deze uitspraken stelden de betrokkenen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Cassatieklachten

De advocaten van de betrokkenen vroegen de Hoge Raad de ontnemingsuitspraken te vernietigen. In cassatie is geklaagd over de gronden waarop het Hof in beide zaken het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gebaseerd.

Advies advocaat-generaal (AG)

AG Sinnige adviseerde de Hoge Raad op 17 maart 2026 de cassatieberoepen te verwerpen en de opgelegde ontnemingsmaatregelen in stand te laten.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad is van oordeel dat de cassatieklachten niet slagen en heeft de klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat ze niet tot vernietiging van de uitspraken van het hof kunnen leiden en geen juridische belangrijke nieuwe vragen oproepen die moeten worden beantwoord.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:HR:2026:796

ECLI:NL:HR:2026:780