Advies AG aan Hoge Raad: zaak tegen Vattenfall over prijswijzigingsbeding uit de algemene voorwaarden moet opnieuw worden behandeld
De zaak tegen Vattenfall over een prijswijzigingsbeding uit de algemene voorwaarden moet opnieuw worden behandeld. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Valk de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag. Volgens de AG heeft het hof bij zijn oordeel dat het prijswijzigingsbeding oneerlijk is, de transparantie van het prijswijzigingsbeding op een te smalle basis beoordeeld en andere omstandigheden dan de transparantie van het beding onvoldoende bij de oneerlijkheidstoets meegewogen.
De zaak in het kort
Een consument heeft in 2013 een variabel energiecontract voor elektriciteit en gas afgesloten met Vattenfall. In 2022 heeft Vattenfall een tariefsverhoging aangekondigd, mede door de ontwikkelingen in Oekraïne. In deze procedure ligt de vraag voor of het prijswijzigingsbeding in de algemene voorwaarden van Vattenfall eerlijk is.
Het prijswijzigingsbeding uit de Algemene Voorwaarden 2017 van Vattenfall is een beding dat Vattenfall tot voor kort in al haar energieleveringscontracten met een variabel tarief voor kleinverbruikers (waaronder consumenten) hanteerde. Het beding is door Vattenfall ontleend aan (de toenmalige versie van) de algemene voorwaarden van Energie-Nederland, de vereniging van energieleveranciers in Nederland. Bij energieleveringsovereenkomsten met kleinverbruikers zijn de voorwaarden van Energie-Nederland in de praktijk altijd van toepassing.
Procedure bij rechtbank en hof
De rechtbank en het hof hebben het prijswijzigingsbeding uit de algemene voorwaarden oneerlijk bevonden. De rechtbank heeft aan Vattenfall verboden om de tarieven in de overeenkomst met de consument te verhogen, voor recht verklaard dat het prijswijzigingsbeding oneerlijk is en het beding vernietigd. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Vattenfall stelde tegen deze uitspraak van het hof beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Breder belang
De uitspraak die de Hoge Raad in deze zaak moet geven raakt indirect potentieel alle aanbieders van energie die zich op de consumentenmarkt begeven en vele consumenten. In 2022 had 56% van de Nederlandse huishoudens een energieleveringsovereenkomst met variabele tarieven. In maart 2026 was dit 39%. Zou de lijn van rechtbank en hof juist zijn, dan geldt voor vele lopende energieleveringsovereenkomsten met variabele tarieven dat de aanbieders de tarieven niet mogen verhogen en lijken deze overeenkomsten met variabele tarieven in feite overeenkomsten met vaste tarieven te zijn geworden, en wel met tarieven die naar de maatstaven van nu historisch laag zijn.
Dit geldt niet voor álle lopende energieleveringsovereenkomsten met een variabel tarief, omdat de algemene voorwaarden van Energie-Nederland en ook die van Vattenfall inmiddels zijn aangepast. Een deel van de huidige overeenkomsten met variabele tarieven zullen dateren van na die aanpassing.
Advies AG in de onderliggende zaak
De AG is van oordeel dat diverse cassatieklachten van Vattenfall slagen en dat daarom de uitspraak van het hof niet in stand kan blijven.
Te smalle beoordeling van transparantie
Volgens de AG heeft het hof de transparantie van het prijswijzigingsbeding op een te smalle basis beoordeeld. Het hof heeft daarbij ten onrechte aangesloten bij rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over een overeenkomst van geldlening met een aflossingsverplichting in een vreemde valuta. Energieleveringsovereenkomsten met een variabel tarief zijn volgens de AG in vele opzichten wezenlijk anders. Ook heeft het hof in de beoordeling van de transparantie van het beding ten onrechte niet betrokken wat voor een gemiddelde consument op grond van de aard van de overeenkomst al duidelijk is. Volgens de AG is voor de gemiddelde consument duidelijk dat hij met een keuze voor een overeenkomst met variabele tarieven het risico loopt dat naar aanleiding van prijswijzigingen op de wereldmarkt het tarief verhoogd wordt. Het hof had dat moeten meewegen.
Onvoldoende meewegen van andere omstandigheden
Bovendien heeft het hof andere omstandigheden dan de transparantie van het beding onvoldoende bij de oneerlijkheidstoets meegewogen, onder meer (1) het bestaan van een keuze voor de consument tussen een overeenkomst voor bepaalde tijd met een vast tarief en een overeenkomst voor onbepaalde tijd met een variabel tarief (met een lagere initiële prijs, een voor de normaal geïnformeerde en oplettende gemiddelde consument kenbaar risico van prijsverhoging, maar ook een kans op prijsverlaging), (2) de mate waarin de Nederlandse energiemarkt competitief is en dus de tarieven marktconform, alsook (3) het toezicht van de Autoriteit Consument en Markt.
Oneerlijke handelspraktijk?
Ook het oordeel van het hof dat Vattenfall zich schuldig gemaakt heeft aan een oneerlijke handelspraktijk kan volgens de AG niet in stand blijven.
Slotsom
De AG adviseert de Hoge Raad dan ook de uitspraak van het hof te vernietigen en te verwijzen naar een ander hof om opnieuw te worden behandeld en beoordeeld.
Uitspraak Hoge Raad
De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op 4 december 2026.
Een conclusie bevat een onafhankelijke analyse van en oordeel over een zaak waarover de Hoge Raad moet beslissen. Daarbij gaat het om voorlichting en advisering van de Hoge Raad. In een conclusie wordt een zaak vaak uitvoeriger en vanuit een breder perspectief besproken dan in de uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee dient de conclusie niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak in de concrete zaak, maar ook de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Een conclusie wordt meestal genomen door een van de advocaten-generaal in het parket, namens de procureur-generaal. De advocaten-generaal zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun conclusies.