Advies AG aan Hoge Raad: uitspraak hof dat de KNVB Vitesse weer moet toelaten tot de competities betaald voetbal kan in stand blijven

1 mei 2026

De uitspraak in kort geding van het hof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2025 tot schorsing van de besluiten van de KNVB om de proflicentie van Vitesse in te trekken, en de club per direct weer toe te laten tot de door de KNVB georganiseerde competities betaald voetbal, kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Assink de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.

De Hoge Raad is cassatierechter. Dat betekent dat wordt beoordeeld of het hof in zijn uitspraak de juiste rechtsregels heeft toegepast, de uitspraak voldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd en de regels voor de procedure goed heeft gevolgd.

De zaak

Vitesse is lid van de KNVB, een vereniging. De licentiecommissie en de beroepscommissie zijn organen van de KNVB. Vitesse neemt op basis van een door de KNVB verstrekte proflicentie deel aan de door de KNVB georganiseerde competities betaald voetbal, momenteel de Eerste Divisie (Keuken Kampioen Divisie).

Op 10 juli 2025 heeft de licentiecommissie besloten tot onvoorwaardelijke intrekking van de proflicentie van Vitesse, waardoor de club niet meer mocht deelnemen aan de door de KNVB georganiseerde competities betaald voetbal. Vitesse stelde beroep in tegen die beslissing, maar dat beroep werd op 31 juli 2025 door de beroepscommissie afgewezen.

Beide commissies legden aan hun besluiten ten grondslag dat bij Vitesse sprake is van een patroon van misleiding, omzeiling en ondermijning van het licentiesysteem, dat Vitesse tijdens de (beroeps)procedure heeft voortgezet.

Procedure bij rechtbank en hof

Vitesse maakte daarop bij de rechtbank een kort geding aanhangig tegen de KNVB. Daarin heeft Vitesse de kortgedingrechter onder meer gevraagd de besluiten van de licentiecommissie en de beroepscommissie te schorsen en de club weer toe te laten tot de door de KNVB georganiseerde competities betaald voetbal. De kortgedingrechter wees de vorderingen van Vitesse op 8 augustus 2025 af.

In het door Vitesse daartegen ingestelde hoger beroep (een turbospoedappel) heeft het hof op 3 september 2025 de door Vitesse gevraagde schorsing van deze besluiten toegewezen en de KNVB veroordeeld tot het per direct weer toelaten van Vitesse tot de door de KNVB georganiseerde competities betaald voetbal. Het hof moest onder meer toetsen of voldoende aannemelijk is dat de rechter in de (inmiddels door Vitesse gestarte) bodemprocedure zal oordelen dat de besluiten van de licentiecommissie en de beroepscommissie vernietigbaar zijn. Het hof oordeelde dat dit zo is, zowel naar de inhoud als naar de wijze van totstandkoming van deze besluiten.

De KNVB was het niet eens met de uitspraak van het hof en ging in cassatie bij de Hoge Raad. Vitesse stelde ook cassatieberoep in, maar dan onder de voorwaarde dat een of meer cassatieklachten van de KNVB slagen. Dit heet een voorwaardelijk cassatieberoep.

Cassatieklachten

De KNVB vraagt de Hoge Raad de uitspraak van het hof te vernietigen. De KNVB betoogt onder meer dat het hof te weinig rekening heeft gehouden met de beleids- en beoordelingsruimte van de licentiecommissie en de beroepscommissie, en daarom onvoldoende terughoudend heeft getoetst.

Advies AG

Volgens de AG slagen de cassatieklachten van de KNVB niet. De AG is van oordeel dat het hof bij de beoordeling van de besluiten van de licentiecommissie en de beroepscommissie de vereiste terughoudendheid in acht heeft genomen.

De AG adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep van de KNVB te verwerpen. Aan bespreking van de voorwaardelijk ingestelde cassatieklachten van Vitesse komt de AG daarom niet toe.

Dit alles betekent dat de uitspraak van het hof volgens de AG in stand kan blijven.

Over de (door Vitesse gestarte) bodemprocedure gaat deze cassatieprocedure niet. Het gaat in cassatie alleen om het voorlopig oordeel van het hof in kort geding.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad zal zo spoedig mogelijk uitspraak doen.

Een conclusie bevat een onafhankelijke analyse van en oordeel over een zaak waarover de Hoge Raad moet beslissen. Daarbij gaat het om voorlichting en advisering van de Hoge Raad. In een conclusie wordt een zaak vaak uitvoeriger en vanuit een breder perspectief besproken dan in de uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee dient de conclusie niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak in de concrete zaak, maar ook de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Een conclusie wordt meestal genomen door een van de advocaten-generaal in het parket, namens de procureur-generaal. De advocaten-generaal zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun conclusies.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:PHR:2026:448