Advies AG aan Hoge Raad: vijf uitspraken van de ondernemingskamer over Nexperia kunnen in stand blijven
Vijf uitspraken van de ondernemingskamer van het hof Amsterdam (hierna: OK) waarin onmiddellijke voorzieningen zijn getroffen bij Nexperia Holding B.V. en Nexperia B.V. (Nexperia) en waarin een mededelingenverbod was opgelegd, kunnen in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Assink de Hoge Raad in twee conclusies van vandaag.
De Hoge Raad is cassatierechter. Dat betekent dat wordt beoordeeld of het hof in zijn uitspraak de juiste rechtsregels heeft toegepast, de uitspraak voldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd en de regels voor de procedure goed heeft gevolgd.
De zaken
Nexperia, gevestigd in Nijmegen, is actief in de halfgeleider- en chipindustrie. De aandelen in Nexperia worden gehouden door een Chinese vennootschap, Yuching Holding Limited. Nexperia werd bestuurd door een Chinese CEO (hierna: de bestuurder/CEO) en een Nederlandse bestuurder. De indirecte aandeelhouder van Nexperia (Wingtech) is beursgenoteerd in China. De bestuurder/CEO is controlerend aandeelhouder van Wingtech en Yuching.
De zaken spelen tegen de achtergrond van economische en geopolitieke belangen van China, Nederland en andere EU-lidstaten en de Verenigde Staten.
Nexperia ervoer belemmeringen door de omstandigheid dat haar enig aandeelhouder een Chinese vennootschap is. Nexperia is in overleg getreden met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZ) over herziening van haar governance. Nexperia heeft weinig opvolging gegeven aan toezeggingen die zij hierover aan EZ heeft gedaan. Wingtech was onderworpen aan verstrekkende Amerikaanse handelsbeperkingen (U.S. Entity List). Op 30 september 2025 werden die (via de zogeheten 50%-rule) ook van toepassing verklaard op Nexperia. Dezelfde dag heeft de minister van EZ op grond van de Wet beschikbaarheid goederen een besluit genomen met een tot Nexperia gericht bevel tot behoud van haar onderneming en productiemiddelen.
Procedure bij de OK
Nexperia heeft de OK op 1 oktober 2025 verzocht in te grijpen bij Nexperia op grond van het enquêterecht. Het enquêterecht biedt de OK onder meer de mogelijkheid, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, om in elke stand van het geding onmiddellijke voorzieningen te treffen bij een rechtspersoon zoals een besloten vennootschap. Ingeval nog geen onderzoek (enquête) is gelast, kan dat alleen als naar het voorlopig oordeel van de OK sprake is van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken bij die rechtspersoon. Onmiddellijke voorzieningen zijn tijdelijke ordemaatregelen.
Volgens Nexperia zijn er gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij Nexperia, die onder meer betrekking hebben op tegenstrijdig belang-transacties die op instructie van de bestuurder/CEO door Nexperia zouden zijn aangegaan en op de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de met EZ afgestemde wijzigingen van de governance. Nexperia heeft de OK gevraagd onmiddellijke voorzieningen te treffen, waaronder de schorsing van de bestuurder/CEO als bestuurder van Nexperia en de tijdelijke overdracht van de aandelen van Yuching in Nexperia aan een beheerder van de aandelen.
De OK heeft in korte tijd vijf uitspraken gedaan. Op 1 oktober 2025 heeft de OK ex parte (zonder hoor/wederhoor van de betrokkenen) een deel van de verzochte onmiddellijke voorzieningen toegewezen om de bestaande situatie tijdelijk te bevriezen. Ook is een verbod opgelegd om aan derden mededelingen over de procedure te doen. Op 6 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling met gesloten deuren plaatsgevonden. Op 7 oktober 2025 heeft de OK onder meer, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van de procedure, de bestuurder/CEO als bestuurder van Nexperia geschorst en bepaald dat de aandelen van Yuching in Nexperia, op één aandeel na, zijn overgedragen aan een beheerder. Het mededelingenverbod is op 8 oktober 2025 gedeeltelijk en op 13 oktober 2025 geheel opgeheven. Eveneens op 13 oktober 2025 zijn de uitspraken van 7 en 8 oktober 2025 nader uitgewerkt.
Yuching en de bestuurder/CEO waren het niet eens met de vijf OK-uitspraken en gingen elk in cassatie bij de Hoge Raad. Na de vijf OK-uitspraken heeft de OK nog twee uitspraken gedaan. Op 11 februari 2026 is een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken bij Nexperia. Op 17 februari 2026 zijn twee onderzoekers aangewezen. Yuching en de bestuurder/CEO hebben ook ieder cassatieberoep ingesteld van deze twee uitspraken. Over die cassatieberoepen gaan de twee conclusies van vandaag niet. In die beide zaken is het partijdebat in cassatie nog niet afgerond en is nog geen conclusiedatum bekend.
Cassatieklachten
Yuching en de bestuurder/CEO vragen de Hoge Raad de vijf OK-uitspraken te vernietigen.
Zij betogen in deze zaken onder meer dat de OK hun recht op een eerlijk proces heeft geschonden, dat EZ ten onrechte als belanghebbende is aangemerkt, dat het voorlopige oordeel dat sprake is van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij Nexperia onjuist en/of onbegrijpelijk is, dat de onmiddellijke voorzieningen niet noodzakelijk en geschikt zijn en dat het mededelingenverbod in verschillende opzichten te ruim is geformuleerd.
Advies AG
Volgens de AG slagen de cassatieklachten van Yuching en de bestuurder/CEO niet. De AG is van oordeel dat de OK op juridisch juiste gronden heeft kunnen komen tot haar beslissingen en deze ook toereikend heeft gemotiveerd. De AG adviseert de Hoge Raad dan ook kort gezegd de cassatieberoepen van Yuching en de bestuurder/CEO te verwerpen.
Dit betekent dat de vijf OK-uitspraken volgens de AG in stand kunnen blijven.
Uitspraken Hoge Raad
De datum waarop de Hoge Raad in deze zaken uitspraak zal doen, is nog niet vastgesteld.
Een conclusie bevat een onafhankelijke analyse van en oordeel over een zaak waarover de Hoge Raad moet beslissen. Daarbij gaat het om voorlichting en advisering van de Hoge Raad. In een conclusie wordt een zaak vaak uitvoeriger en vanuit een breder perspectief besproken dan in de uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee dient de conclusie niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak in de concrete zaak, maar ook de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Een conclusie wordt meestal genomen door een van de advocaten-generaal in het parket, namens de procureur-generaal. De advocaten-generaal zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun conclusies.