Veroordeling voormalig Statenlid van Sint Maarten voor omkoping blijft in stand
De veroordeling van een voormalig Statenlid van Sint Maarten voor ambtelijke omkoping blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
De zaak
De verdachte is de oprichter en leider van de politieke partij United Sint Maarten Party (USP) en was tot 2021 Statenlid/parlementslid van Sint Maarten. Ook was hij lid van de vaste parlementaire commissie Toerisme, Economische Zaken, Transport en Telecommunicatie (TEATT). Samen met een ander heeft de verdachte het bedrijf Caribbean Value Estate Ltd (CVE) opgericht. Zij waren beiden via CVE voor 35% aandeelhouder geworden van Advanced Communications and Technology Infrastructure Services N.V. (Actis).
Het Gemeenschappelijk Hof heeft vastgesteld dat de verdachte in zijn hoedanigheid als Statenlid in de periode van december 2013 tot en met september 2018 steekpenningen heeft aangenomen in verband met de aankoop van een gebouw voor het overheidsorgaan Bureau Telecommunicatie en Post (BTP) en onderhouds- en renovatiewerkzaamheden. Ook heeft hij volgens het Hof in de periode van september 2013 tot en met september 2019, als indirect aandeelhouder van Actis financieel voordeel genoten van een nummerplanbeheercontract tussen Actis en BTP, terwijl hij op dat moment Statenlid was en lid van TEATT. In die positie had hij (ten dele) het toezicht over het functioneren van BTP.
Het Hof veroordeelde de verdachte voor (passieve ambtelijke) omkoping en voor het deelnemen aan aannemingen of leveranties waarover hem op het tijdstip van de handeling geheel of ten dele het bestuur of toezicht is opgedragen. Het Hof legde de verdachte 19 maanden gevangenisstraf op en heeft hem ontzet van het recht verkozen te worden tot lid van algemeen vertegenwoordigde organen voor de duur van vijf jaar.
De verdachte stelde tegen deze uitspraak beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachte vroeg de Hoge Raad de uitspraak van het hof te vernietigen en heeft verschillende cassatieklachten ingediend. Er is onder meer geklaagd over het oordeel van het Hof dat de verdachte geheel of ten dele ‘het bestuur of toezicht was opgedragen’ over het nummerplanbeheercontract tussen Actis en BTP.
Advies advocaat-generaal (AG)
De AG adviseerde de Hoge Raad op 16 september 2025 de uitspraak van het Hof in stand te laten.
Oordeel Hoge Raad
De strafbepaling in Sint Maarten komt overeen met die in Nederland. Gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van de toepasselijke strafbepaling strekt die ertoe te voorkomen dat een ambtenaar, als hij deelneemt aan aannemingen of leveranties waarover hem het bestuur of toezicht is opgedragen, zijn onpartijdigheid in gevaar brengt en het risico bestaat dat de betreffende aannemingen of leveranties ‘ondeugdelijk werk of slechte waar’ kunnen opleveren. Volgens de wet kan een lid van een algemeen vertegenwoordigend orgaan worden aangemerkt als ambtenaar. De in de wet bedoelde deelneming kan middellijk of onmiddellijk plaatsvinden. De strafbepalingen strekken zich daarom uit tot de ambtenaar die geen actieve rol speelt bij de betreffende aannemingen of leveranties maar daarbij wel een (rechtstreeks) persoonlijk financieel belang heeft.
Het hof heeft overwogen dat aan de verdachte, in het kader van zijn lidmaatschap van de Staten en van de parlementaire commissie TEATT, het toezicht en de controle waren opgedragen over de minister van TEATT en de onder die minister ressorterende beleidsterreinen, waaronder BTP. Volgens de Hoge Raad heeft het hof op juridisch juiste gronden geoordeeld dat aan de verdachte als Statenlid en dus als ambtenaar in de zin van de wet het ‘toezicht was opgedragen’ over de door BTP gesloten overeenkomsten waaronder het contract tussen BTP en Actis en over de financiële consequenties voor het Land daarvan. Dit oordeel is ook toereikend gemotiveerd.
Ook de andere cassatieklachten slagen niet. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep van de verdachte.
Met de uitspraak van de Hoge Raad zijn de veroordeling en de opgelegde straf definitief.