Veroordelingen van twee verdachten op Sint Maarten wegens onder meer medeplegen van ambtelijke omkoping blijven in stand
De veroordelingen van een echtpaar wegens onder meer het medeplegen van (passieve) ambtelijke omkoping blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. De man was ten tijde van de strafbare feiten hoofd van een beheerdienst van een ministerie op Sint Maarten.
De zaak
Uit het door het Gemeenschappelijk Hof bevestigde vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg kan worden afgeleid dat het onderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van zogenaamde TCI-informatie inhoudend dat het aanbestedingsproces rondom de vuilnisstortplaats op Sint Maarten niet integer zou zijn verlopen. In deze informatie werd onder meer de naam van de mannelijke verdachte genoemd die steekpenningen zou hebben ontvangen. In juli 2018 is het opsporingsonderzoek Ruby gestart. Dit onderzoek richtte zich in eerste instantie op beide verdachten in de periode van 1 mei 2015 tot en met augustus 2018. Zij werden verdacht van het medeplegen van het aannemen van steekpenningen in dienstbetrekking in ruil voor het winnen van de aanbesteding van de vuilnisstortplaats. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat er vermoedelijk bij de mannelijke verdachte in 2013-2014 ook sprake was van misbruik van zijn positie, waarbij privéuitgaven middels valse facturen werden betaald door een bedrijf dat de rioolzuiveringsinstallatie beheerde en vervolgens werden doorbelast aan het ministerie waarvoor de man werkte.
De man is voor het medeplegen van omkoping en valsheid in geschrifte door het Hof veroordeeld. Het Hof legde 32 maanden gevangenisstraf op en ontzetting van het recht ambten te bekleden voor de duur van 7 jaar. De vrouw werd veroordeeld voor het medeplegen van passieve ambtelijke omkoping. Ze kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een taakstraf van 210 uur.
De verdachten stelden tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachten vroeg de Hoge Raad de uitspraak van het hof te vernietigen. In cassatie wordt onder meer geklaagd over de bewezenverklaring van de ambtelijke omkoping.
Conclusie advocaat-generaal (AG)
De AG concludeerde tot het in stand laten van beide veroordelingen. In verband met de duur van de procedure adviseerde ze de Hoge Raad de opgelegde straffen naar de gebruikelijke maatstaf te verminderen.
Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt dat de cassatieklachten in beide zaken niet slagen en heeft de klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat ze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden en geen juridische belangrijke nieuwe vragen oproepen die moeten worden beantwoord.
In verband met de duur van de procedure wordt de opgelegde gevangenisstraf in de zaak van de man 31 maanden. De ontzetting van het recht ambten te bekleden voor de duur van 7 jaar blijft ongewijzigd in stand. In de zaak van de vrouw wordt de opgelegde taakstraf verminderd tot 200 uur; de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf blijft ongewijzigd in stand.