Hoge Raad stelt vragen van uitleg aan Europees Hof van Justitie over de strafbaarheid van het aanwezig hebben en de invoer van hennep die gekweekt is met gecertificeerd zaad en/of waarvan het THC-gehalte niet hoger is dan 0,3%

10 februari 2026

Voor lopende strafzaken geeft de Hoge Raad een besliskader voor de Nederlandse rechter

Stelt het recht van de Europese Unie (hierna: het Unierecht) grenzen aan de toepassing van de Nederlandse Opiumwet waar het gaat om de invoer en het aanwezig hebben van hennep die gekweekt is met gecertificeerd zaad en/of waarvan het tetrahydrocannabinol (THC)-gehalte niet hoger is dan de drempelwaarde van voorheen 0,2% en naar huidig recht 0,3%? In een zaak die bij de Hoge Raad voorligt, vraagt de Hoge Raad het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) hierover een zogenoemde prejudiciële beslissing te geven.

De zaak

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte in deze zaak veroordeeld voor onder meer twee Opiumwetdelicten. Het gaat daarbij om een veroordeling voor de invoer van hennep vanuit Spanje naar Nederland en het aanwezig hebben van die hennep. Ook had de verdachte een andere partij hennep aanwezig. De hennep was kennelijk bestemd voor onder andere de productie van thee en CBD-olie ten behoeve van patiënten van artsen en ziekenhuizen en had grotendeels een THC-gehalte van minder dan 0,2%. Het hof legde een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur op.

Tegen deze uitspraak stelde de verdachte beroep in bij de Hoge Raad.

Cassatieklachten

De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de uitspraak van het hof te vernietigen. Hij voert daartoe in de kern aan dat het Unierecht in een geval als dit met zich brengt dat de Nederlandse Opiumwet buiten toepassing moet worden gelaten. Hennep met een THC-gehalte van minder dan 0,2% (of naar huidig recht 0,3%) is volgens de verdediging niet schadelijk voor de gezondheid en kan daarom niet als ‘verdovend middel’ worden beschouwd als bedoeld in het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties inzake verdovende middelen van 1961. Het strafbaar stellen van de invoer van die hennep in Nederland zou daarom strijdig zijn met het Unierecht. Verder is aangevoerd dat het hof ten onrechte voorbij is gegaan aan het verweer van de verdediging dat het materiaal in kwestie afkomstig is van hennep die gekweekt is met gecertificeerd zaad en daarom, gelet op het Unierecht, ‘geen strafbaar materiaal betreft’.

Oordeel Hoge Raad

Volgens de Hoge Raad lijkt op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie te moeten worden aangenomen dat, waar het gaat om hennep die met gecertificeerd zaad is geteeld en met een THC-gehalte van niet meer dan 0,2% (naar huidig recht 0,3%), onder bijzondere omstandigheden de strafbaarstelling van de Nederlandse Opiumwet niet verenigbaar is met het Unierecht. Om die reden moet deze strafbaarstelling dan buiten toepassing worden gelaten (kwalificatie-uitsluitingsgrond) en de verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het feit niet strafbaar is.

Omdat de rechtspraak van het Hof van Justitie echter ook vragen oproept over de precieze afbakening van de omstandigheden waarin de strafbaarstelling van de Nederlandse Opiumwet buiten toepassing moet worden gelaten vanwege strijd met het Unierecht, stelt de Hoge Raad – in verband met de beoordeling van de cassatieklachten - een drietal vragen van uitleg aan het Hof van Justitie (zie onder 5 van het arrest).

Besliskader voor de Nederlandse rechter in (andere) lopende strafzaken
De Hoge Raad komt (zie overweging 4.5.1 in de uitspraak) tot het voorlopige oordeel dat de Nederlandse strafbaarstelling van het aanwezig hebben en de invoer van hennep (artikel 11 in samenhang met artikel 3 van de Opiumwet) alleen buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met het Unierecht als (i) de teelt van die hennep is aangemeld met inachtneming van alle geldende voorschriften en de gegevens en documenten die daarbij moeten worden verstrekt, en (ii) bij de teelt gebruik is gemaakt van gecertificeerd zaad, en (iii) wat betreft het moment van de oogst van de hennep is voldaan aan de in zijn uitspraak genoemde ‘teelteis’ en (iv) het THC-gehalte van de geteelde hennep niet boven de 0,3% komt. In afwachting van de beantwoording door het Hof van Justitie zal de Hoge Raad alleen een kwalificatie-uitsluitingsgrond (exceptie op basis van het Unierecht) aannemen als aan deze vier voorwaarden is voldaan. Op die exceptie kan ook een beroep worden gedaan als de verdachte niet zelf de hennep heeft geteeld.

Hoe verder?

De Hoge Raad heeft het Hof van Justitie in zijn uitspraak van vandaag verzocht de prejudiciële vragen te beantwoorden. In afwachting van die beantwoording houdt de Hoge Raad iedere verdere beslissing in deze zaak aan. Nadat het Hof van Justitie antwoord heeft gegeven, zal de Hoge Raad die antwoorden betrekken bij zijn eindoordeel.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:HR:2026:205