Beslag op 19,5 miljoen euro van Surinaamse banken blijft in stand
De beslissing van het gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2024 tot het niet opheffen van het in 2018 gelegde beslag op een geldzending uit Suriname van 19,5 miljoen euro in contanten, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Daarmee is deze beslagkwestie na drie cassatieprocedures definitief afgerond.
De zaak
Op 17 april 2018 heeft de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) een geldzending van bijna 19,5 miljoen euro in beslag genomen wegens een verdenking van witwassen. Deze geldzending was een paar dagen daarvoor per vliegtuig uit Suriname aangekomen op de luchthaven Schiphol. Het geld is eigendom van drie Surinaamse banken (hierna: de handelsbanken). De Centrale Bank van Suriname (CBvS) was de ‘shipper’ van het geld. De handelsbanken en de CBvS hebben een klaagschrift tegen de inbeslagneming ingediend.
De gevoerde procedures
Het gerechtshof Den Haag verklaarde in augustus 2024 (nadat de Hoge Raad twee keer een rechterlijke beslissing tot teruggave van het beslag had vernietigd) het beklag van de handelsbanken en de CBvS ongegrond waardoor het beslag op het geld gehandhaafd bleef. Het hof oordeelde onder meer dat de CBvS geen aanspraak kan maken op immuniteit, omdat het in beslag genomen geld niet haar eigendom (‘property’) is, maar dat van de drie handelsbanken. De rol van CBvS bij de geldzending is alleen faciliterend geweest. Ook kwam het hof, anders dan door de handelsbanken was aangevoerd, niet tot het oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later zal verbeurdverklaren.
Tegen deze beslissing hebben de CBvS en de drie handelsbanken beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaten van de CBvS en de handelsbanken vroegen de Hoge Raad de uitspraak van het hof te vernietigen. Er is onder meer geklaagd over het oordeel van het hof dat de CBvS geen immuniteit geniet. Ook is geklaagd dat het hof ten onrechte niet een minder streng criterium heeft gehanteerd dan de vraag of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, zal overgaan tot verbeurdverklaring van het betreffende geldbedrag.
Advies advocaat-generaal (AG)
De AG adviseerde de Hoge Raad op 2 december 2025 de beslissing van het Haagse hof in stand te laten.
Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad is van oordeel dat de cassatieklachten niet slagen en heeft deze klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat ze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden en geen juridische belangrijke nieuwe vragen oproepen die moeten worden beantwoord.
Met de uitspraak van de Hoge Raad is na bijna acht jaar een einde gekomen aan deze beslagprocedure.