Advies AG aan Hoge Raad in zaak over opruiing in coronatijd
De zaak tegen de voorman van Viruswaarheid (voorheen Viruswaanzin) waarin hij is veroordeeld voor opruiing in coronatijd moet deels opnieuw worden behandeld. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Spronken de Hoge Raad in haar conclusie van vandaag.
De zaak
Het hof Den Haag veroordeelde de verdachte in maart vorig jaar voor opruiing in een zaak die speelde tegen de achtergrond van de coronapandemie.
De veroordeling houdt verband met twee online uitlatingen van de verdachte.
De verdachte plaatste op 16 november 2021 de volgende tekst op Twitter: “QUOTE: "Weet iemand nog een adresje waar ik mijn boosterinfectie kan halen.” Het is je plicht, nu vast staat dat de prikjes compleet mislukt zijn te zorgen voor zoveel mogelijk infecties. Bij het jongere segment (onder de 70) zonder gezondheidsklachten. Dat is naastenliefde.”
Het hof oordeelde dat de verdachte met deze uitlating had aangespoord tot het overtreden van diverse coronamaatregelen die erop waren gericht om besmetting en verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.
Verder heeft de verdachte op 26 juni 2020, nadat de plaatsvervangend voorzitter van de veiligheidsregio Haaglanden een op het Malieveld te Den Haag geplande demonstratie had verboden, een livestream op Facebook geplaatst. Daarin deed de verdachte de volgende uitspraken:
(a) "De rechter heeft Viruswaanzin verboden om de demonstratie te organiseren. Wij, op persoonlijke titel, zijn zondag op het Malieveld. Ik nodig iedereen uit te komen. Het is ons recht om te demonstreren. Dit mogen wij doen. Daar kan niemand ons bij tegenhouden en we hebben heel veel organisaties achter ons", en
(b) “Dit is ons land en het is afgelopen. Het is afgelopen met deze onzin. Wij gaan demonstreren zondag op het Malieveld. Niet namens Viruswaanzin, wel in de geest van Viruswaanzin, dus ik hoop dat jullie allemaal mee komen. In liefde en geduld. Natuurlijk non violent en non cooperation".
Het hof oordeelde dat de verdachte daarmee heeft opgeroepen tot deelname aan een verboden demonstratie. Het hof veroordeelde de verdachte in beide gevallen voor opruiing en legde een taakstraf van 60 uur op.
De verdachte heeft tegen deze uitspraak beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie wordt onder meer geklaagd over het oordeel van het hof dat de verdachte in het twitterbericht van 16 november 2021 heeft aangespoord tot het overtreden van de coronamaatregelen. Daarnaast is geklaagd over het oordeel van het hof dat in deze zaak sprake is van een geoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting en het recht op vrijheid van vergadering.
Advies advocaat-generaal (AG)
De AG is van mening dat de klacht over het oordeel van het hof dat de verdachte met het twitterbericht van 16 november 2021 heeft aangespoord tot het overtreden van diverse coronamaatregelen niet slaagt. Op het moment dat de verdachte het twitterbericht plaatste was er namelijk een pakket aan maatregelen van kracht, dat tot doel had om besmetting en de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Ook heeft het hof het twitterbericht volgens de AG zo kunnen uitleggen dat de verdachte daarin derden aanspoort om andere mensen doelbewust te infecteren met het coronavirus.
De andere cassatieklacht gaat over het oordeel van het hof dat sprake is van een geoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting en het recht op vrijheid van vergadering van de verdachte.
Volgens de AG slaagt de klacht. Ook een oproep tot demonstratie wordt beschermd door de in artikel 11 EVRM beschermde demonstratievrijheid. Een beperking hierop is alleen geoorloofd als deze i) bij wet was voorzien, ii) een gerechtvaardigd doel diende, en iii) noodzakelijk was in een democratische samenleving. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de strafrechtelijke vervolging en veroordeling, zijnde een beperking van de demonstratievrijheid, in dit geval noodzakelijk was in een democratische samenleving. Daarbij wijst de AG erop dat het hof wel is ingegaan op de noodzaak van het demonstratieverbod zelf, maar niet op de noodzaak van het strafrechtelijk optreden tegen de verdachte dat pas ruim anderhalf jaar na de oproeping van de verdachte tot een verboden demonstratie is aangevangen. Het hof heeft niet uitgelegd waarom dit toen nog noodzakelijk was.
De AG adviseert de Hoge Raad dan ook om het arrest van het hof te vernietigen op het punt van de strafbaarheid van de Facebookuitlating en de strafoplegging en de zaak terug te wijzen naar het hof om op dat punt opnieuw te worden behandeld en beoordeeld.
Uitspraak Hoge Raad
De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op 12 mei 2026.