Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling van voormalig minister Aruba voor oplichting van het Land Aruba, passieve omkoping en verduistering kan in stand blijven
De veroordeling van een voormalig minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu (en later van Ruimtelijke Ontwikkeling, Integratie en Infrastructuur) op Aruba voor het medeplegen van oplichting van het Land Aruba, het plegen van passieve omkoping (het laten omkopen) en verduistering, kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Paridaens de Hoge Raad in één van haar conclusies van vandaag. Ook de veroordelingen van twee medeverdachten wegens onder meer het omkopen van de minister kunnen wat de AG betreft in stand blijven.
De zaak tegen de minister
Het Gemeenschappelijk Hof heeft het volgende vastgesteld ten aanzien van de werkwijze aangaande de oplichting. Namens rechtspersonen die in bezit waren van een van de medeverdachten van de minister (een aan zijn politieke partij gelieerde persoon) werden bij de minister aanvragen ingediend voor het verkrijgen van (opties op) erfpachtrechten. De vennootschappen waren ‘leeg’ op het moment van het indienen van de aanvragen en hadden daarom vrijwel geen waarde. Het doel van de medeverdachte was om, zodra de opties waren verleend, de aandelen met hoge winst te verkopen. De rol van de minister bestond erin dat hij de aanvragen, ondanks achterstanden in de afhandeling van optieaanvragen van derden, vrijwel meteen voorzag van zijn akkoord. Daarmee trok hij de aanvragen van zijn medeverdachte vóór en voorkwam hij dat de aanvragen ambtelijk zouden worden getoetst aan het geldende beleid.
Verder heeft de minister giften van zijn medeverdachten aangenomen in een periode waarin hij moest beslissen over hun verzoeken tot het toekennen van erfpachtrechten. Dit levert passieve ambtelijke omkoping op. Ook heeft de minister geld van een namens hem beheerde stichting, dat was bedoeld voor zijn verkiezingscampagne, gebruikt voor het bekostigen van een privéreis van zijn echtgenote, hetgeen volgens het Hof verduistering oplevert.
Het Gemeenschappelijk Hof veroordeelde de voormalig minister tot 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Verder heeft het Hof de verdachte ontzet van het recht om het ambt van ambtenaar te bekleden en van het recht om verkozen te worden als lid van de algemeen vertegenwoordigde organen, beide voor de duur van zes jaar. Zijn twee medeverdachten kregen gevangenisstraffen van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk opgelegd. Alle drie de verdachten stelden tegen deze uitspraken beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaten van de voormalig minister vragen de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie wordt geklaagd over de bewezenverklaring van de voornoemde strafbare feiten. Onder meer is aangevoerd dat de minister als vertegenwoordiger van het land Aruba moet worden vereenzelvigd met het Land en het Land dus onmogelijk kan hebben opgelicht. Verder is ten aanzien van de bewezenverklaarde verduistering aangevoerd dat uit het bewijs niet blijkt dat de verdachte een van de stichting afkomstige cheque waarmee de privéreis van zijn echtgenote is bekostigd onder zich heeft gehad en ook niet dat geld van de stichting is aangewend voor een ander doel dan waarvoor het bestemd was.
Conclusie AG
AG Paridaens acht de cassatieklachten ongegrond. Het Hof heeft volgens haar voldoende onderbouwd waarom de minister zich schuldig heeft gemaakt aan de bewezenverklaarde feiten. De minister kan niet worden vereenzelvigd met het Land Aruba. Ook de cassatieklachten gericht tegen de bewezenverklaarde verduistering slagen volgens de AG niet. Het Hof kon oordelen dat de verdachte de cheque onder zich had en dat de gelden waarop de cheque betrekking had, zijn gebruikt om een privéreis van zijn echtgenote te bekostigen en dus zijn aangewend voor aan ander doel dan waarvoor zij bestemd waren.
De cassatieklachten in de zaken tegen de medeverdachten falen eveneens volgens de AG.
De AG concludeert dan ook tot het in stand laten van de veroordelingen en de opgelegde straffen in alle drie de zaken.
Uitspraak Hoge Raad
De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op14 april 2026.
Een conclusie van de AG is een onafhankelijke rechtsgeleerde analyse en tevens een advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat al dan niet te volgen. De AG is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.