Advies AG aan Hoge Raad: beslissingen hof dat uitlatingen van Zembla en geïnterviewde deskundige over storten van granuliet in natuurplassen niet onrechtmatig zijn, kunnen in stand blijven

28 augustus 2025

De beslissing van het gerechtshof dat de uitlatingen van het BNNVARA-programma Zembla over het storten van granuliet in natuurplassen niet onrechtmatig zijn tegen de granulietproducent, kan in stand blijven. Datzelfde geldt voor de beslissing van het gerechtshof dat de uitlatingen van een door Zembla geïnterviewde deskundige niet onrechtmatig zijn tegen de granulietproducent. Ook die beslissing kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Hartlief in zijn conclusies van vandaag.

De zaken

Zembla heeft in tv-uitzendingen en andere publicaties kritisch bericht over het storten van granuliet in natuurplassen. Granuliet is een restproduct van het breken van brokken gesteente tot steenslag. De bezinking van het fijne steengruis dat tijdens dit proces achterblijft, wordt versneld door toevoeging van een bindmiddel dat in het product aanwezig blijft. Het product heeft een leemachtige consistentie en wordt door de producent granuliet genoemd. Granuliet wordt onder meer in natuurplassen gestort om die met het oog op natuurontwikkeling ondieper te maken. De producent van granuliet gebruikt hierbij een productcertificaat dat is verstrekt op basis van een beoordelingsrichtlijn voor ‘grond’.

Zembla berichtte in verschillende publicaties dat granuliet volgens de toepasselijke regelgeving geen grond is en dat het productcertificaat dat de granulietproducent gebruikt niet past bij granuliet. Ook zou het storten van granuliet in natuurplassen volgens de berichtgeving van Zembla schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu, met name door het bindmiddel. In één van de uitzendingen stelde een deskundige, een oud-officier van justitie, dat het handelen van de granulietproducent als strafbaar kwalificeert.

De granulietproducent meent dat zijn reputatie is geschaad en dat Zembla en de deskundige onrechtmatig tegen hem hebben gehandeld. Daarom is de granulietproducent een civiele procedure gestart tegen zowel Zembla als de deskundige. In hoger beroep zijn alle vorderingen van de granulietproducent afgewezen. In de zaak tegen Zembla oordeelde het hof dat de persvrijheid in dit geval zwaarder weegt dan het recht op bescherming van de reputatie van de granulietproducent. Daarom is geen van de uitlatingen waartegen de granulietproducent bezwaar maakt onrechtmatig. Daarbij acht het hof onder meer van belang dat er voor de uitlatingen voldoende steun is in de feiten. In de zaak tegen de deskundige heeft het hof de uitlatingen van de deskundige, zeker in hun totale context beoordeeld, voldoende zorgvuldig geacht en dus niet onrechtmatig tegen de granulietproducent. De door de granulietproducent aangevoerde redenen om de deskundige persoonlijk aansprakelijk te stellen, zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende zwaarwegend om de uitingsvrijheid van de deskundige te beperken. Volgens het hof was er, op het moment dat de deskundige zijn uitlatingen deed, voldoende steun in de feiten voor de in die uitlatingen besloten liggende stellingen.

De granulietproducent heeft tegen beide uitspraken van het hof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

Cassatie(klachten) en advies AG

De granulietproducent komt in de zaak tegen Zembla in cassatie met meerdere klachten op tegen het oordeel van het hof. De AG is van mening dat geen van de klachten kan slagen. Het hof heeft kunnen oordelen dat er voor de uitlatingen van Zembla en de deskundige voldoende steun in de feiten was op het moment dat die uitlatingen werden gedaan. Volgens de AG heeft het hof dit oordeel bovendien voldoende (begrijpelijk) gemotiveerd. De uitlating van de deskundige is op zichzelf niet onrechtmatig. Hierop kan het oordeel worden gebaseerd dat Zembla niet onrechtmatig heeft gehandeld door die uitlating uit te zenden.

Ook in de zaak tegen de deskundige komt de granulietproducent in cassatie met meerdere klachten op tegen het oordeel van het hof. De AG is van mening dat ook deze klachten niet kunnen slagen. Wat hem betreft heeft het hof kunnen beslissen dat er, op het moment dat de deskundige zijn uitlatingen deed, voldoende steun in de feiten was voor de in die uitlatingen besloten liggende stellingen.

De slotsom van de AG is dat alle klachten in beide zaken falen. De AG adviseert de Hoge Raad dan ook de uitspraken van het hof in stand te laten.

Uitspraken Hoge Raad

De uitspraken van de Hoge Raad zijn (voorlopig) bepaald op 30 januari 2026.

Het advies, een zogenoemde conclusie, van de AG is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat al dan niet te volgen. De AG is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:PHR:2025:911

ECLI:NL:PHR:2025:912