Advocaat-generaal bij de Hoge Raad sluit nader onderzoek Deventer moordzaak

9 mei 2022

Het nader onderzoek in de onherroepelijke strafzaak die bekend staat als de ‘Deventer moordzaak’ is afgerond. Dat heeft advocaat-generaal (AG) Aben beslist. De onderzoeksresultaten zijn beschikbaar gesteld aan de advocaten van de onherroepelijk veroordeelde Ernest L.

De zaak

In september 1999 werd een 60-jarige vrouw dood aangetroffen in haar woning in Deventer. Ze was door verwurging en messteken om het leven gebracht. Haar financieel adviseur, Ernest L., werd vervolgd voor betrokkenheid bij haar dood. In maart 2000 werd hij door de rechtbank vrijgesproken, maar later dat jaar in hoger beroep veroordeeld tot 12 jaar cel. Ernest L. vroeg de Hoge Raad deze uitspraak te vernietigen maar dit cassatieberoep werd verworpen. In 2002 werd de Hoge Raad gevraagd nog een keer naar de zaak te kijken omdat er nieuwe feiten aan het licht waren gekomen. Dit herzieningsverzoek werd gegrond verklaard en de zaak moest opnieuw door een gerechtshof worden behandeld. Het gerechtshof Den Bosch heeft in februari 2004, onder verbetering van gronden, het arrest van het hof Arnhem gehandhaafd en daarmee de veroordeling wegens moord en de gevangenisstraf van 12 jaar in stand gelaten. Het daaropvolgende cassatieberoep werd verworpen. In 2006 werd opnieuw een herzieningsverzoek ingediend, dat in 2008 door de Hoge Raad werd afgewezen. Ernest L. heeft zijn gevangenisstraf inmiddels uitgezeten.

Verzoek tot nader onderzoek met het oog op aanvraag tot herziening

AG Aben besloot in juli 2014 in te gaan op het verzoek tot nader onderzoek van advocaten Knoops en Acda in aanloop naar een eventuele nieuwe herzieningsaanvraag. De advocaten zijn van mening dat nader onderzoek nieuwe feiten/inzichten zou kunnen opleveren die mogelijk tot herziening van de zaak kunnen leiden. De AG stemde in met het doen van nader onderzoek. De ACAS (Adviescommissie Afgesloten Strafzaken) adviseerde eerder al een aantal aspecten nader te onderzoeken.

Onderzoek AG

Het nader onderzoek richtte zich onder meer op het bewijsmateriaal op de blouse van het slachtoffer, het gsm-verkeer tussen de veroordeelde en het slachtoffer en het tijdstip van overlijden van het slachtoffer. In de periode tot en met 2018 zijn deze onderzoeken verricht en afgerond. De resultaten van de genoemde onderzoeken zijn neergelegd in onderzoeksrapporten en ter hand gesteld aan de verdediging van L.

Bij een daaropvolgende evaluatie van de onderzoeksgegevens, die heeft plaatsgehad in een gesprek tussen de verdediging van L., de AG en de rechter-commissaris, is op verzoek van de verdediging besloten het technisch onderzoek op de plaats delict en van de technische sporendragers te laten beoordelen door forensisch onderzoekers die onder meer zijn verbonden aan een coldcaseteam van de politie Amsterdam. Dat onderzoek is onlangs afgerond. Het onderzoek heeft aanzienlijk meer tijd in beslag genomen dan vooraf was verwacht; dat komt onder meer omdat ook andere, recente zaken veelvuldig de aandacht hebben gevraagd van de forensisch onderzoekers. Ook de coronaproblematiek heeft bijgedragen aan de lange duur van het onderzoek.

De resultaten van het laatste onderzoek zijn ook beschikbaar gesteld aan de verdediging. De AG beschouwt het onderzoek als afgerond.

Vervolg

Het is nu aan de advocaten van Ernest L. om op basis van de resultaten van het onderzoek al dan niet een herzieningsaanvraag in te dienen bij de Hoge Raad. Op een aanvraag tot herziening beslist de Hoge Raad, eventueel nadat de procureur-generaal is verzocht zijn zienswijze daarop in een advies, een zogenoemde conclusie, aan de Hoge Raad kenbaar te maken. De onderzoeksresultaten geven de AG geen aanleiding zelf een herzieningsaanvraag in te dienen.

De onderzoeksresultaten worden niet gepubliceerd in verband met privacyaspecten en hangende de beslissing van de advocaten om een eventuele herzieningsaanvraag in te dienen.

Bijzondere taken Procureur-Generaal bij de Hoge Raad

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is een onafhankelijk en zelfstandig instituut binnen de rechterlijke organisatie dat los staat van het rechtscollege de Hoge Raad. Er is geen gezagsverhouding tussen de Procureur-Generaal en de Hoge Raad. Dat komt ook tot uitdrukking in het woordje ‘bij’. De Procureur-Generaal geeft leiding aan het parket bij de Hoge Raad waar de advocaten-generaal werkzaam zijn. Het parket bij de Hoge Raad behoort niet tot het Openbaar Ministerie en is onafhankelijk ten opzichte van de Minister van Justitie en Veiligheid.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft, naast zijn taak op het gebied van de cassatierechtspraak (het nemen van conclusies, dat zijn juridische adviezen), een aantal bijzondere taken. Eén van die taken is het doen van onderzoek naar de vraag of er grond is voor herziening van een onherroepelijke veroordeling mits aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Ter voorbereiding van een herzieningsaanvraag kan een veroordeelde via zijn advocaat de procureur-generaal verzoeken een nader onderzoek te doen naar bepaalde duidelijk omschreven omstandigheden. Deze onderzoeken vinden doorgaans plaats onder leiding van een advocaat-generaal. De procureur-generaal kan, en soms moet, daarbij advies vragen aan de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS). Deze adviescommissie adviseert over de wenselijkheid en de inhoud van nader onderzoek. De commissie bestaat uit twee wetenschappers, een deskundige op het terrein van de politiepraktijk, een advocaat en een lid van het Openbaar Ministerie. De procureur-generaal is vrij het advies van de ACAS al dan niet te volgen.

In de resultaten van dit onderzoek kan een onherroepelijk veroordeelde reden zien om zich door een advocaat met een aanvraag tot herziening tot de Hoge Raad te wenden.