Advies AG aan Hoge Raad: oordeel over schadeloosstelling beleggers SNS kan in stand blijven

8 juli 2022

De beslissing van de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam dat onteigende houders van achtergestelde obligaties en leningen met betrekking tot SNS Reaal en SNS Bank recht hebben op schadeloosstelling, kan in stand blijven. Hetzelfde geldt voor de beslissing van de Ondernemingskamer dat de onteigende aandeelhouders van SNS Reaal en de houders van Core Tier 1 Securities in SNS Reaal geen recht hebben op een schadeloosstelling. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Assink de Hoge Raad in zijn twee conclusies van vandaag.

Oordelen Ondernemingskamer

Op 1 februari 2013 zijn SNS Reaal en SNS Bank genationaliseerd, nadat zij in de problemen kwamen door ontwikkelingen bij dochtervennootschap Property Finance. Hierbij zijn genoemde houders van effecten en vermogensbestanddelen in SNS Reaal en SNS Bank door de Staat onteigend. Een aantal van hen is bij de Ondernemingskamer in het geweer gekomen tegen de schadeloosstelling van nihil die de minister van Financiën heeft aangeboden vanwege de onteigening. De Ondernemingskamer heeft uiteindelijk, begin 2021, de schadeloosstelling vastgesteld op in totaal € 804.810.000. Daarbij komen nog de wettelijke rente vanaf 1 februari 2013 tot aan de datum van de betaling en de proceskosten van een aantal belanghebbenden die de Staat moet voldoen.

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer in deze schadeloosstellingsprocedure moest voor de hoogte van de schadeloosstelling worden beoordeeld welk bedrag de onteigenden zouden hebben gekregen als SNS Reaal en SNS Bank niet zouden zijn genationaliseerd, maar failliet zouden zijn verklaard. Daarbij heeft zij beslist dat de (voormalige) houders van achtergestelde obligaties en leningen een groot deel van hun vordering ontvangen, omdat deze vorderingen in een hypothetisch faillissement nog waarde zouden hebben gehad. Voor de aandelen in SNS Reaal is dat niet het geval. De (voormalige) houders daarvan hebben dus geen recht op een schadeloosstelling. Dit laatste geldt ook voor de (voormalige) houders van Core Tier 1 Securities.

Cassatieberoepen en adviezen AG

Door de minister van Financiën en een aantal belanghebbenden is cassatieberoep ingesteld van diverse beschikkingen van de Ondernemingskamer in deze schadeloosstellingsprocedure. Daarbij is in cassatie sprake van twee zaken. De cassatieklachten in de eerste zaak (nr. 21/02048) hebben in de kern betrekking op de bepaling van de waarde van de achtergestelde obligaties en leningen door de Ondernemingskamer en op de hoogte van de proceskostenveroordelingen die zij heeft uitgesproken. De cassatieklachten in de tweede zaak (nr. 21/02052) houden verband met het oordeel van de Ondernemingskamer met betrekking tot de Core Tier 1 Securities.

De AG zet in zijn conclusies in deze zaken uiteen dat geen van de cassatieklachten slaagt. Deze klachten rechtvaardigen niet de conclusie dat de Ondernemingskamer in deze schadeloosstellingsprocedure blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting of haar oordelen ontoereikend heeft gemotiveerd. De bestreden beschikkingen kunnen wat hem betreft dan ook in stand blijven. Volgt de Hoge Raad deze adviezen van de AG dan komt een einde aan deze schadeloosstellingsprocedure, die sinds begin maart 2013 loopt en al eerder de Hoge Raad bereikte.

Uitspraken Hoge Raad

De uitspraken van de Hoge Raad in beide zaken zijn voorlopig bepaald op 27 januari 2023.

De conclusies van de advocaat-generaal zijn onafhankelijke adviezen aan de Hoge Raad, die vrij is de adviezen al dan niet te volgen. De advocaat-generaal maakt deel uit van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:PHR:2022:683
ECLI:NL:PHR:2022:684