Btw op bouwkosten scholen voor gemeenten niet aftrekbaar bij verkoop tegen niet-reële prijs

19 oktober 2018

Gemeenten kunnen de aan hen in rekening gebrachte btw op bouwkosten van schoolgebouwen niet aftrekken van de btw als zij voor de levering van het schoolgebouw geen reële prijs vragen. Dat heeft de Hoge Raad vandaag in vier min of meer vergelijkbare zaken geoordeeld.

Gemeenten zijn wettelijk verplicht te voorzien in huisvesting van scholen. Daarvoor gelden bepaalde wettelijke bekostigingsnormen.

De vier zaken gaan over de bouw en de daarop volgende levering van scholen voor het voortgezet onderwijs aan een stichting of vereniging die het gebouw vervolgens aan de desbetreffende school ter beschikking stelt. De schoolgebouwen in deze zaken hebben extra voorzieningen die buiten de wettelijke bekostigingsnormen vallen. De prijs die de gemeenten in deze zaken aan de kopers berekende was afgeleid van de kosten van deze extra voorzieningen. De vraag is of de gemeenten dan de aan in rekening gebrachte btw op de bouwkosten van de scholen in aftrek kunnen brengen.

De Hoge Raad oordeelt dat gemeenten de btw die hen in rekening is gebracht voor de bouw van een schoolgebouw alleen in aftrek mogen brengen als de verkoopprijs een reële vergoeding is voor het gehele gebouw en niet alleen is bepaald op basis van de kosten van de voorzieningen die voortvloeien uit de extra eisen. Het door de stichting of vereniging betaalde bedrag vormt in het laatste geval niet de werkelijke tegenwaarde voor de levering van het schoolgebouw en is daarom niet aan te merken als een reële vergoeding.

Omdat in deze zaken geen reële vergoeding voor de schoolgebouwen was berekend, is de levering van die gebouwen door de gemeenten niet aan btw-heffing onderworpen. Dit heeft tot gevolg dat de gemeenten geen recht hebben op aftrek van de btw op de bouwkosten van de schoolgebouwen.

Uitspraken

ECLI:NL:HR:2018:1966
ECLI:NL:HR:2018:1837
ECLI:NL:HR:2018:1836