Gebruik webportaal Hoge Raad in strafzaken


Besluit betreffende het gebruik van het webportaal van de Hoge Raad in strafzaken, zoals bedoeld in art. 4.2.1 van het Procesreglement van de Hoge Raad der Nederlanden

Overeenkomstig artikel 4.2.1 Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden heeft de tweede meervoudige kamer van de Hoge Raad, in overeenstemming met de procureur-generaal, bepaald dat de mogelijkheid bij de Hoge Raad digitaal te procederen is opengesteld in:
a. de zaken, waarin op of na 17 december 2018 cassatieberoep is ingesteld en die zijn ingeleid met:
1°een dagvaarding van de verdachte om ter terechtzitting van de Nederlandse strafrechter te verschijnen; of
2°de in art. 36e, eerste lid, Sr bedoelde vordering van het Openbaar Ministerie. Onder deze zaken worden niet verstaan de strafzaken in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, bedoeld in art. 1, eerste lid, Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

b. de zaken, waarin op of na 1 februari 2020 cassatieberoep is ingesteld op de voet van:
1°art. 2, eerste lid, Rijkswet cassatierechtspraak in uitleveringszaken voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
2°art. 1, eerste lid, Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
3°art. 31, eerste lid, Uitleveringswet;
4°art. 32, eerste lid, Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen;
5°art. 446, tweede lid, Wetboek van Strafvordering; of
6°art. 552d, tweede lid, Wetboek van Strafvordering; en

c. de zaken, waarin op of na 1 februari 2020 een aanvraag tot herziening in de zin van art. 457, eerste lid, Wetboek van Strafvordering wordt ingediend, dan wel op of na 1 februari 2020 ter voorbereiding van een herzieningsaanvraag aan de procureur-generaal wordt verzocht een nader onderzoek in te stellen als bedoeld in art. 461, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.

Overeenkomstig artikel 4.2.1 Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden heeft de tweede meervoudige kamer van de Hoge Raad, in overeenstemming met de procureur-generaal, voorts bepaald dat de volgende procesdeelnemers de mogelijkheid hebben gebruik te maken van het webportaal van de Hoge Raad:

a. de daartoe in het bijzonder door het Openbaar Ministerie aangewezen leden van het Openbaar Ministerie;
b. de raadsman van degene die beroep in cassatie heeft ingesteld of een namens het Openbaar Ministerie ingesteld beroep wil tegenspreken;
c. de advocaat van de benadeelde partij; en
d. de gemachtigde van de onder b. of c. vermelde procesdeelnemer die beschikt over een inlogmiddel als bedoeld in 2.1.1.f van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden.

Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 4.2.2 Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden bekend gemaakt op de website van de Hoge Raad. In overeenstemming met de procureur-generaal kan de tweede meervoudige kamer van de Hoge Raad dit besluit te allen tijde wijzigen.

Aldus vastgesteld door de gerechtsvergadering van de Hoge Raad der Nederlanden op 20 december 2019. De wijzigingen treden op 1 februari 2020 in werking.