Nathalie Kirkels-Vrijman, chef van het kabinet van de procureur-generaal

In het hart van de rechtsstaat

Na haar studie civiel recht in Leiden werkte zij onder meer bij een groot advocatenkantoor. De lange werkdagen vielen lastig te combineren met een jong gezin en zij wilde meer de diepte in, dus koos zij voor een baan als wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad. Bij de Hoge Raad wordt zo iemand WB’er genoemd, een afkorting van het Wetenschappelijk Bureau. Na zes jaar wordt de WB’er geacht zijn of haar loopbaan elders voort te zetten, maar Kirkels bleef. Zij werd door de toenmalige procureur-generaal Fokkens gevraagd om in zijn kabinet te komen werken, een aanbod waarover zij niet lang hoefde na te denken. ‘Inmiddels zijn we twee PG’s verder en zit ik er nog,’ lacht Kirkels-Vrijman. ‘En ik ben nog steeds erg blij met mijn baan. Het is gevarieerd en interessant werk in het hart van de rechtsstaat. Door de PG, die daarin een belangrijke rol vervult, word ik vrijwel overal bij betrokken.’

juiste foto nathalie jaarverslag

"Elke klacht wordt serieus genomen, ook de klachten die kansloos zijn."

Groter takenpakket

In al die jaren zag zij het takenpakket van de PG steeds groter worden. Een van de taken is het behandelen van klachten over rechterlijke ambtenaren. Ook die nemen jaar na jaar toe, van enkele tientallen tot 140 nu. Via het secretariaat van de procureur-generaal belanden de klachtdossiers op haar bureau. ‘Ik bekijk ze en bespreek de meest urgente zaken direct met de PG, sommige zaken pak ik zelf op en de overige zaken verdeel ik over de wetenschappelijk medewerkers in het kabinet van de PG. Elke klacht wordt serieus genomen, ook de klachten die al bij voorbaat kansloos zijn, bijvoorbeeld omdat zij duidelijk gaan over een rechterlijke beslissing. Tegen een rechterlijke beslissing moet iemand op een andere manier opkomen. Het klachtrecht is daar niet voor bedoeld. De kernvraag is of er wordt geklaagd over een gedraging van een rechter. In het merendeel van de klachtzaken blijkt het te gaan om een rechterlijke beslissing, vervolgt Kirkels-Vrijman. ‘Maar ook in die gevallen krijgen de klagers een persoonlijke brief van de PG waarin wordt uitgelegd waarom hun klacht niet-ontvankelijk is.’ In slechts een enkel geval is afgelopen jaar door de PG de klacht voorgelegd aan de Vierde Kamer van de Hoge Raad die uiteindelijk beslist of de klacht gegrond is of niet. Is dat het geval dan heeft dat geen verdere consequenties, anders dan een normstellende. Tegen de beslissing van de Hoge Raad is geen hoger beroep mogelijk.

Voor het vertrouwen

‘We hebben een aantal soorten zaken die naar de vierde kamer gaan, de klachtzaken, de klachten over de verwerking van persoonsgegevens, zaken over ziekteontslag en de disciplinaire zaken, vervolgt Kirkels-Vrijman. ‘Rechters zijn voor het leven benoemd, dit ter bescherming van onafhankelijkheid van de rechtspraak. Een rechter kan alleen ontslagen worden door de Hoge Raad, op voordracht van de PG. Zo kan bijvoorbeeld ontslag volgen als de Hoge Raad van oordeel is dat een rechter ernstig nadeel heeft toegebracht aan het vertrouwen dat in de rechtspraak wordt gesteld. Een voorbeeld? Bijvoorbeeld als een rechter wordt veroordeeld voor rijden onder invloed. Dat kan een reden zijn voor ontslag. Bij een lichter feit kan een minder zware sanctie worden opgelegd, bijvoorbeeld een schriftelijke berisping van de Hoge Raad of van de president van het gerecht waar de rechter werkzaam is. Onderschat het effect daarvan niet, rechters ervaren het als iets heel wezenlijks. Voordat een vordering tot ontslag door de procureur-generaal wordt ingediend bij de Hoge Raad vinden er een of meerdere gesprekken met de rechter in kwestie plaats, waarin hij of zij zijn visie op de zaak naar voren kan brengen. Op basis van dat onderzoek wordt gekeken of er voldoende aanleiding is voor het instellen van een vordering. Het komt zelden voor, hooguit één keer per jaar. De meeste ontslagzaken betreffen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid door langdurige ziekte.‘