Edwin Bleichrodt, procureur-generaal bij de Hoge Raad
Meer klachten, niet meer zorgen
Hij kiest zijn woorden zorgvuldig: ‘In 2025 werden 140 klachten over rechters ingediend. En elk jaar stijgt het aantal. Ik kan echter niet zeggen dat het aantal klachten over rechters dat zorgen baart ook toeneemt. Dat gaat niet gelijk op. Mensen, is mijn indruk, nemen minder snel genoeg met een ‘nee’. ‘

"Voor het vertrouwen in de rechtspraak is het essentieel dat het tuchtrecht inhoud heeft."
Klachten
Van die klachten wordt slechts een klein deel voorgelegd aan de Hoge Raad, die de klacht al dan niet gegrond kan verklaren. Met die beslissing van de Hoge Raad eindigt de procedure. ‘Zie het als het stellen of het bevestigen van een norm.’ Het behandelen van de klachten vergt veel tijd en aandacht van zijn kabinet, vervolgt Bleichrodt. ‘Er zijn zaken waarin het lastig is te achterhalen wat er precies is voorgevallen. Zo zijn er bijvoorbeeld klagers bij die vinden dat zij onheus zijn bejegend omdat de rechter tegen hen heeft geschreeuwd. De rechter zelf zegt echter dat hij nu eenmaal een luide stem heeft. Dan is het het ene woord tegen het andere. Het komt soms voor dat wij de klager uitnodigen zijn of haar klacht toe te lichten of dat ik contact opneem met de gerechtspresident die in sommige gevallen zelf al een onderzoek naar de klacht heeft gedaan.’
Tuchtregeling
Naast de klachtregeling is er de tuchtregeling. Die vergt een andere benadering, vervolgt Bleichrodt. ‘Er staat voor de betrokkene én voor de beroepsgroep veel op het spel. Het is een van de meest indringende elementen uit mijn portefeuille. Voor het vertrouwen in de rechtspraak is het essentieel dat het tuchtrecht inhoud heeft en tegelijkertijd moet je altijd de belangen van de individuele rechter meewegen in de manier waarop je omgaat met de klacht. Het is echt maatwerk om de juiste balans te vinden.’ Het tuchtrecht is het sluitstuk van het toezicht op rechters, zegt Bleichrodt. ‘Als het idee ontstaat dat wangedrag van rechters geen consequenties heeft is dat fnuikend voor het vertrouwen in de rechtspraak. Rechters zijn immers mensen die oordelen over het gedrag van anderen.’
Onafhankelijkheid
Zowel de klacht- als de tuchtregeling is een interne gelegenheid binnen de rechterlijke macht, er komt geen buitenstaander aan te pas. Alleen de Hoge Raad kan rechters ontslaan of schorsen. Dat heeft alles te maken met de onafhankelijkheid van de rechtspraak. ‘Bleichrodt. ‘Je ziet in sommige landen wat er kan gebeuren als aan die onafhankelijkheid wordt getornd. Het betekent wel dat wij ons werk met de grootste mogelijke zorgvuldigheid en helderheid moeten doen. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik bij tuchtzaken nooit contact heb met de president van de Hoge Raad. Als voorzitter van de Vierde Kamer moet zij immers de handen vrij houden voor het geval ik een vordering indien.’ De meest voorkomende grond voor ontslag van een rechter is arbeidsongeschiktheid. Een andere categorie zijn rechters-plaatsvervangers die al geruime tijd niet zijn opgeroepen. ‘Na twee jaar of meer is dat een zelfstandige grond voor ontslag. Met daarbij de aantekening dat er ook dan aandacht moet zijn voor het bewaken van de rechterlijke onafhankelijkheid. Stel dat een rechter-plaatsvervanger door het gerechtsbestuur niet langer wordt opgeroepen omdat hij van die krasse vonnissen schrijft. Dat wringt met het beginsel van de rechterlijke onafhankelijkheid. Wij hebben voor dat dilemma aandacht gevraagd van de Hoge Raad die vervolgens tot het oordeel is gekomen dat er voldoende zwaarwegende redenen moeten zijn om een rechter-plaatvervanger lange tijd niet op te roepen. Denk aan de situatie waarin een rechter-plaatsvervanger onbereikbaar is voor de rechtbank of aan een rechter-plaatsvervanger die de opleiding tot rechter niet met succes heeft afgerond.’
- Voorwoord
-
De Hoge Raad in de samenleving
-
De vierde kamer
- Karin Korporaal, managementondersteuner van de procureur-generaal
- Nathalie Kirkels-Vrijman, chef van het kabinet van de procureur-generaal
- Arnoud van Staden ten Brink, medewerker kabinet van de procureur-generaal
- Edwin Bleichrodt, procureur-generaal bij de Hoge Raad
- Monique Wesselink, griffier bij de Hoge Raad
- Vincent van den Brink, vicepresident van de strafkamer
- Dineke de Groot, president van de Hoge Raad en voorzitter van de vierde kamer
-
De Hoge Raad
- Contacten met de wetgever
-
Het parket bij de Hoge Raad
- Cassatie in het belang der wet
- Herziening
- Schorsing en ontslag van rechters, disciplinaire maatregelen
- Strafrechtelijke vervolging van bewindspersonen of Kamerleden
- Toezicht op het Openbaar Ministerie
- Toezicht verwerking persoonsgegevens gerechten en parket bij de Hoge Raad
- Externe klachtzaken
- Interne klachtzaken
- Aanwijzen gerecht
- Betekening van exploten
- Overige correspondentie
- Samenstelling parket 31-12-2025
-
Bedrijfsvoering
-
Annual report
- The Supreme Court and society
- The Supreme Court
- The Civil Division
- The Criminal Division
- The Tax Division
- Law of the European Union
- The Fourth Division
- Complaints and other correspondence
- Contacts with the legislator
- The Procurator General’s Office at the Supreme Court
- Cassation in the interest of the law
- Review
- Supervision of the Public Prosecution Service (OM)
- External complaint cases