Dineke de Groot, president van de Hoge Raad en voorzitter van de vierde kamer

Verschillende typen zaken

De vierde kamer bestaat uit leden van de civiele kamer, de strafkamer en de belastingkamer van de Hoge Raad. Het is gebruikelijk dat de president de voorzitter is van de vierde kamer. De voorzitter en de griffier zorgen samen voor de organisatie van het werk van de vierde kamer. De Groot: ‘Jaarlijks behandelt de vierde kamer zo’n tien zaken’. Het gaat bijvoorbeeld om zaken waarin een procespartij verzoekt om wraking van een lid van de Hoge Raad dat bij de behandeling van de zaak is betrokken. Daarnaast behandelt de vierde kamer zaken op vordering van de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Dat kunnen zaken zijn over het gedragstoezicht op rechters en de rechtspositie van rechters, maar bijvoorbeeld ook zaken over het toezicht op de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in de rechtspraak. Het gedragstoezicht en de rechtspositie betreft de rechters die werken in rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad en de leden van het parket bij de Hoge Raad. In het kader van de AVG kan het gaan om gedrag van gerechtsbesturen die verantwoordelijk zijn voor de verwerking van persoonsgegevens.


De vierde kamer behandelt net als de andere drie kamers zaken met drie of vijf leden. Als voorzitter van de vierde kamer is de president belast met de toedeling van vierde kamerzaken op basis van de regels in het procesreglement.

Foto Dineke bij jaarverslag

"Onafhankelijkheid van de rechtsprekende macht betekent ook dat het toezicht op leden van de rechtsprekende macht onafhankelijk wordt uitgeoefend binnen de rechterlijke macht."

Wettelijke regelingen

Het gedragstoezicht op leden van de rechtsprekende macht en de procedure voor schorsing en ontslag van rechters zijn geregeld in de Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet RO) en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra). In het jaarverslag van de Hoge Raad wordt verslag gedaan van de zaken die de vierde kamer in een jaar heeft behandeld en beslist.

Beroepsethiek en gedragscodes

De Groot: ‘’Het waarborgen van de integriteit en onafhankelijkheid van leden van de rechtsprekende macht staat centraal in de wettelijke regeling van het gedragstoezicht en van de wettelijke waarborgen bij een vordering tot ontslag. Transparantie in het jaarverslag over zaken waarin de vierde kamer heeft beslist, is onderdeel van die waarborgen. In een democratische rechtsstaat betekent de onafhankelijkheid van de rechtsprekende macht ook dat het toezicht op leden van de rechtsprekende macht onafhankelijk wordt uitgeoefend binnen de rechterlijke macht.’ Dat is in Nederland net als in andere landen wettelijk geregeld. De Groot benadrukt dat die regels en procedures belangrijke waarborgen bevatten, maar dat zij niet het hele verhaal bevatten van een professionele rechterlijke cultuur. ‘Zeker zo belangrijk zijn beroepsethiek en gedragscodes van rechters, en het gesprek daarover, zowel tussen rechters onderling als met mensen in wetenschap en samenleving.’ Wat dat laatste betreft, vervolgt zij: ‘De vierde kamer behandelt overigens ook zaken die ieder in de samenleving kunnen aangaan. Denk bijvoorbeeld aan een vordering van de procureur-generaal op grond van AVG-toezicht over de verwerking van persoonsgegevens van mensen die een rol als partij of gemachtigde hebben in een rechtszaak. Zo hebben we een zaak gehad over de vraag hoe om te gaan met persoonsgegevens in uitspraken die zijn opgenomen in een database binnen de rechtbanken en gerechtshoven. Dus de vierde kamer behandelt bepaald niet alleen zaken over gedragstoezicht op rechters en hun rechtspositie, maar kan ook een rol vervullen in andere maatschappelijk relevante onderwerpen.’