Toezicht op het Openbaar Ministerie

De procureur-generaal bij de Hoge Raad kan de minister van Justitie en Veiligheid informeren als hij van oordeel is dat het Openbaar Ministerie (OM) bij de uitoefening van zijn taak de wettelijke voorschriften niet naar behoren handhaaft of uitvoert (art. 122 Wet op de rechterlijke organisatie). In het kader van deze taak stelt de procureur-generaal (veelal thematische) onderzoeken in naar de wijze waarop het OM zijn taken uitvoert. Daarbij gaat de aandacht telkens uit naar de juridische kwaliteit van de onderzochte taak.

In 2025 is één onderzoek afgerond waarin een eindrapportage is verschenen. De procureur-generaal heeft het rapport op 3 juli 2025 aan de minister van Justitie en Veiligheid aangeboden. Verder is in 2025 een onderzoek gestart, waarvan de bevindingen in 2026 worden verwacht.

Toezichtrapport ‘Afgezien van vervolging’

In het toezichtrapport met de titel ‘Afgezien van vervolging’ stond de vraag centraal of het OM bij het nemen van sepotbeslissingen de wettelijke voorschriften naar behoren handhaaft en uitvoert. Een belangrijk deel van de strafzaken wordt afgedaan met een sepot: de beslissing van het Openbaar Ministerie om een strafzaak niet (verder) te vervolgen. Aan een sepot kunnen voorwaarden worden verbonden. De reden van het sepot wordt aangeduid met een sepotcode.

In het onderzoek is geconcludeerd dat bij het nemen van sepotbeslissingen lang niet altijd aan de wettelijke vereisten wordt voldaan.  In een aanzienlijk deel van de onderzochte zaken is geen sepotbrief verzonden aan de verdachte, de raadsman en het slachtoffer. Niet alle beslissingen om de strafzaak af te doen met een sepot zijn begrijpelijk.  Ook is geconstateerd dat feitomschrijvingen tekortschieten. Tevens volgde uit het onderzoek dat gebreken bestaan in het zaakregistratiesysteem van het OM. Zo komen autorisaties niet in alle gevallen overeen met de functies van functionarissen die bevoegd zijn om sepotbeslissingen te nemen.

Op basis van de bevindingen uit het onderzoek is een aantal aanbevelingen gedaan. Allereerst wordt aanbevolen om te zorgen voor een vorm van intern toezicht op de rechtmatigheid van sepotbeslissingen. Een tweede aanbeveling betreft het zorgdragen voor aansluiting van de autorisaties in het zaakregistratiesysteem bij de functie bij de beoordelaars. Ten derde wordt aanbevolen om ervoor te zorgen dat de feitomschrijving, de kwalificatie en de motivering van de beslissing juist en volledig zijn. De andere aanbevelingen zien op de verzending van de kennisgeving en de informatie over de rechtsgevolgen van het sepot in die kennisgeving, het herstructureren van sepotcodes en het ontwikkelen van beleid voor de beoordeling of een zaak zich leent voor een onvoorwaardelijk dan wel voorwaardelijk sepot.

Lees hier het toezichtrapport ‘Afgezien van vervolging’.

Lopend onderzoek

In 2025 is een onderzoek gestart naar het afdoen van strafzaken door het OM met een strafbeschikking. Het onderzoek is een vervolg op het in 2022 uitgebrachte rapport ‘Buiten de rechter OM’. Het rapport ‘Buiten de rechter OM’ bevat diverse aanbevelingen. In verband met de aankondiging van het OM op 17 februari 2025 dat het meer strafzaken met een strafbeschikking zal gaan afdoen, acht de procureur-generaal het van belang te toetsen in hoeverre de eerdere aanbevelingen zijn opgevolgd. Tevens zal in het onderzoek aandacht worden besteed aan de beleidswijziging.

Lees hier het toezichtrapport ‘Buiten de rechter OM’.