Ter voorbereiding van een herzieningsaanvraag, kan een veroordeelde de procureur-generaal bij de Hoge Raad verzoeken nader onderzoek te doen. In 2025 zijn zes verzoeken binnengekomen. Dat zijn er twee meer dan in 2024.

Een verzoek betreft een veroordeling in 2014 wegens onder meer doodslag. De Hoge Raad heeft het hiertegen ingestelde cassatieberoep in 2015 verworpen. Het verzoek is echter op een onjuiste wijze, namelijk niet via het webportaal van de Hoge Raad, ingediend door een advocaat die inmiddels niet meer werkzaam is. De veroordeelde is hiervan op de hoogte gesteld en is in de gelegenheid gesteld op juiste wijze een verzoek in te laten dienen door een advocaat. Dit is niet gebeurd. Daarom wordt het verzoek niet in behandeling genomen.

In de zogenoemde Deventer moordzaak - een veroordeling uit 2000 tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens moord, waarin al meerdere keren herziening is verzocht - heeft de advocaat-generaal in 2014 besloten om nader onderzoek in te stellen. In 2022 is een herzieningsaanvraag ingediend bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft dit verzoek in 2023 afgewezen. Het in 2025 ingediende verzoek is in hetzelfde jaar voor advies naar de adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) gestuurd. In het verslagjaar heeft de ACAS nog geen advies uitgebracht.

Een ander verzoek betreft een veroordeling in 2005 wegens onder meer twee moorden en een poging doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit, en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren tot een levenslange gevangenisstraf. Het hiertegen ingestelde cassatieberoep is in 2006 door de Hoge Raad verworpen. Het betreft in deze zaak een tweede verzoek tot nader onderzoek. Na het eerdere verzoek tot nader onderzoek uit 2013 heeft de Hoge Raad in 2016 een herzieningsaanvraag afgewezen. Het verzoek is in het verslagjaar voor advies naar de ACAS gestuurd. In het verslagjaar heeft de ACAS nog geen advies uitgebracht.

Een ander verzoek betreft een veroordeling in 2015 wegens doodslag en witwassen tot een gevangenisstraf van 11 jaar. De Hoge Raad heeft in 2016 een ingesteld cassatieberoep tegen het veroordelend arrest van het hof niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek is in het verslagjaar voor advies naar de ACAS gestuurd. In het verslagjaar heeft de ACAS nog geen advies uitgebracht.

Een verzoek ziet op een veroordeling in 2001 wegens doodslag tot 24 maanden jeugddetentie en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Het hiertegen ingestelde cassatieberoep is in 2003 door de Hoge Raad verworpen. Het verzoek is in het verslagjaar voor advies naar de ACAS gestuurd. In het verslagjaar heeft de ACAS nog geen advies uitgebracht.

Een laatste verzoek betreft een veroordeling in 2020 wegens onder meer twee pogingen tot moord en een poging tot doodslag tot 22 jaren gevangenisstraf. Het verzoek is in het verslagjaar voor advies naar de ACAS gestuurd. In het verslagjaar heeft de ACAS nog geen advies uitgebracht.

Eerdere verzoeken

Twee verzoeken zijn in 2024 voor advies naar de ACAS gestuurd. In het verslagjaar zijn de verzoeken overeenkomstig het advies van de ACAS toegewezen.

Een ander verzoek betreft een veroordeling in 2017 tot een levenslange gevangenisstraf wegens onder meer twee moorden. De Hoge Raad heeft het hiertegen ingestelde cassatieberoep in 2019 verworpen. Het verzoek is in het verslagjaar voor advies naar de ACAS gestuurd. Aan het eind van het verslagjaar heeft de ACAS advies uitgebracht. Hierop is in het verslagjaar nog niet beslist.

Nog een verzoek betreft een veroordeling in 1993 wegens verkrachting tot een gevangenisstraf van een jaar met oplegging van TBS met bevel tot verpleging van overheidswege. Hierop is in het verslagjaar nog niet beslist.