Klachten en overige correspondentie

De interne klachtenregeling van de Hoge Raad geeft iedereen het recht om bij de president van de Hoge Raad een klacht in te dienen over de wijze waarop de Hoge Raad, een lid van de Hoge Raad of de griffier van de Hoge Raad zich in een bepaalde aangelegenheid tegenover hem heeft gedragen. Er kan niet worden geklaagd over gedragingen waartegen een procedure bij een rechterlijke instantie openstaat of heeft opengestaan. Klachten kunnen ook niet gaan over een rechterlijke beslissing of de wijze van totstandkoming daarvan, met inbegrip van de in dat kader genomen procedurele beslissingen. Klachten die zijn gericht tegen gedragingen van waarnemend griffiers worden de griffier van de Hoge Raad toegerekend in die gevallen waarin het gaat om de uitoefening van bevoegdheden die de wet aan de griffier toekent. Ook deze klachten worden onder deze klachtenregeling behandeld.

Op grond van de klachtenregeling wordt jaarlijks een overzicht gepubliceerd van de geregistreerde en door de president behandelde en afgehandelde klachten.

Bij de procureur-generaal zijn in het verslagjaar ook klachten ingediend. Hierover is te lezen in het hoofdstuk Het parket bij de Hoge Raad.

Verslagperiode

In 2025 heeft de president op grond van de klachtenregeling vier klachten behandeld.
Een van deze klachten betrof het handelen van een waarnemend griffier nadat zonder de verplichte tussenkomst van een cassatieadvocaat beroep in cassatie was ingesteld.
Een andere klager meende door de wijze van verzending en de communicatie niet tijdig op de hoogte te zijn geraakt van de termijn voor indiening van een cassatieschriftuur.
Weer een andere klager uitte klachten over de ongegrondverklaring van zijn cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 Wet RO. Volgens deze klager hadden de leden van de Hoge Raad die de uitspraak hadden gedaan, zich hiermee schuldig gemaakt aan bedrog.
De laatste klager maakte melding van een uitspraak van de Hoge Raad onder een in de klacht vermeld zaaknummer en schreef dat in strijd met artikel 6 lid 1 EVRM aan deze uitspraak was meegewerkt door een in de klacht omschreven lid van de Hoge Raad.
In antwoord op elk van de klachten heeft de president aan de klager bericht dat het ging om klacht(en) over een rechterlijke beslissing, danwel de wijze van totstandkoming daarvan met inbegrip van de in dat kader genomen beslissingen van procedurele aard, waarover volgens artikel 2.4 van de klachtenregeling niet kan worden geklaagd.

Overige correspondentie

De Hoge Raad en de president van de Hoge Raad hebben ook in 2025 over vele uiteenlopende onderwerpen, brieven en e-mails ontvangen.
Sommige schrijvers wenden zich bijvoorbeeld tot de Hoge Raad of de president met een klacht omdat zij ontevreden zijn over een arrest van de Hoge Raad of over uitspraken van andere rechterlijke colleges. Ook worden klachten ontvangen over een beslissing of een reactie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad in het kader van één van zijn bijzondere taken. Deze brieven en e-mails vallen niet binnen het bereik van de klachtenregeling en worden in de regel door de griffier van de Hoge Raad in die zin beantwoord.
Andere schrijvers brengen meer algemeen maatschappelijke onderwerpen en hun onvrede daarover of problemen en kwesties in hun persoonlijke situatie onder de aandacht van de Hoge Raad en/of de president. De griffier van de Hoge Raad handelt ook deze correspondentie af. In de meeste gevallen kan de Hoge Raad en/of de president niets voor de betrokkene betekenen. Waar mogelijk wordt verwezen naar andere instanties of juridische hulpverleners.