Veel zaken die de Hoge Raad behandelt, hebben de aandacht van de media en/of het grotere publiek. Dat was ook in 2025 het geval. De Hoge Raad heeft telefonisch en via de e-mail veel zaaksinhoudelijke en procedurele vragen van de media beantwoord. Ook zijn vele nieuwsberichten op de website en zogenoemde attenderingsberichten op LinkedIn gepubliceerd. Nieuwsberichten zijn met name gericht op de media en het algemene publiek, attenderingsberichten op de juridische praktijk.

De volgende zaken kregen in 2025 veel aandacht van de media.

Uitvoer F-35 onderdelen naar Israël
De Hoge Raad deed op 3 oktober 2025 uitspraak in de zaak over de uit- en doorvoer van onderdelen voor F-35-gevechtsvliegtuigen naar Israël. De Hoge Raad was kort gezegd van oordeel dat de minister de herbeoordeling van de uitvoervergunning F-35 onderdelen opnieuw moet doen. In deze zaak kwamen gedurende de cassatieprocedure veel vragen van de nationale en internationale media binnen. Vanwege deze belangstelling werd bij het pleidooi in 2024 en bij de uitspraak een livestream ingezet, die in de Nederlandse en de Engelse taal kon worden gevolgd. Bij de uitspraak is een nieuwsbericht uitgebracht, ook in het Nederlands en het Engels.

Verhoging belastingrentepercentage vennootschapsbelasting naar 8%

Veel aandacht was er ook voor de cassatieprocedure die betrekking heeft op de hoogte van het belastingrentepercentage vennootschapsbelasting. Op grond van het Besluit belasting- en invorderingsrente werd per 1 januari 2022 het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting verhoogd naar 8%. Voordien lag het rentepercentage op 4% of lager. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde in november 2024 dat het rentepercentage van 8% te hoog is en daarmee in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De Staatssecretaris van Financiën was het met deze uitspraak niet eens en heeft in december 2024 sprongcassatie ingesteld. Bij sprongcassatie spreken partijen af dat het geschil na de uitspraak van de rechtbank direct (zonder hoger beroep) in cassatie aan de Hoge Raad wordt voorgelegd. De Staatssecretaris heeft alle bezwaarschriften tegen het in rekening gebrachte verhoogde belastingrentepercentage aangewezen als ‘massaal bezwaar’.

Ter voorbereiding van het nemen van een beslissing gaf de Hoge Raad in mei 2025 iedereen de gelegenheid om ‘mee te denken’. Hiertoe werd een nieuwsbericht gepubliceerd. De Hoge Raad maakte hiermee gebruik van het instrument van de ‘amicus curiae’. Voor de belastingkamer van de Hoge Raad was deze zaak de eerste waarin de amicusprocedure is ingezet.

De advocaat-generaal (AG) betrok de opmerkingen van deze derden in zijn conclusie. De conclusie werd op 1 oktober 2025 met een nieuwsbericht gepubliceerd. De AG adviseerde de Hoge Raad de verhoging van het belastingrentepercentage onverbindend te verklaren omdat de Besluitgever zijns inziens met de verhoging de aan hem gedelegeerde bevoegdheid tot regelgeving heeft overschreden. De uitspraak van de Hoge Raad volgde in januari 2026.

Uber
Prejudiciële procedures hebben ook de belangstelling van pers en publiek. Dat gold in 2025 in het bijzonder voor de prejudiciële zaak over Uber. In  een zaak tussen Uber en FNV stelde het gerechtshof Amsterdam prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de status van de werkrelatie van de Uber-chauffeurs. De vragen gingen onder meer over de betekenis van ondernemerschap bij de beantwoording van de vraag of een werkrelatie als arbeidsovereenkomst kan worden aangemerkt.

De Hoge Raad oordeelde op 21 februari 2025 dat bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst geen rangorde geldt tussen de mee te wegen omstandigheden, waaronder eventueel ‘ondernemerschap’ van de werkende. Bij de uitspraak werd een nieuwsbericht gepubliceerd.

Online gokken
Een andere prejudiciële procedure die aandachtig werd gevolgd is de prejudiciële zaak over overeenkomsten tot online gokken zonder vergunning. De rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland stelden aan de Hoge Raad de prejudiciële vragen in twee zaken over online gokken waarbij het met name gaat om de vraag of kansspelovereenkomsten met aanbieders van kansspelen via internet die daarvoor geen vergunning hadden, om die reden ongeldig zijn. Dit is van belang voor speldeelnemers die met online gokken geld hebben verloren.

Op 28 november 2025 nam de advocaat-generaal conclusie in de zaken. Bij de conclusies werd een nieuwsbericht uitgebracht. De uitspraak wordt in 2026 verwacht.

Er was ook media-aandacht voor een aantal bijzondere taken van de procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad.

Toezichtrapporten over de taakuitoefening door het OM

De media-aandacht had onder meer betrekking op de onderzoeken die de procureur-generaal bij de Hoge Raad deed in het kader van zijn toezichthoudende taak op het Openbaar Ministerie (OM). In juli  2025 verscheen het toezichtrapport over de taakuitoefening door het OM in het kader van het seponeren van strafzaken. Na de aanbieding van het rapport aan de minister van Justitie en Veiligheid, werden het rapport en het daaraan gekoppelde nieuwsbericht gepubliceerd.

Verder kondigde de PG in maart 2025 een vervolgonderzoek aan naar de OM-strafbeschikking. De aankondiging werd gedaan via de publicatie van een nieuwbericht. In het onderzoek zal onder meer aandacht worden besteed aan de in februari 2025 door het OM aangekondigde geïntensiveerde inzet van de strafbeschikking. In 2022 bracht de PG ook al een rapport uit over de strafbeschikking.

In juni 2025 verscheen, mede naar aanleiding van de aankondiging van het vervolgonderzoek, een interview met de PG in een landelijk dagblad en over zijn toezichthoudende taken.

Aangiften tegen bewindspersonen
Ook was er aandacht voor de oriënterende onderzoeken die de PG bij de Hoge Raad deed naar aanleiding van aangiften tegen bewindspersonen.

In januari 2025 werden twee aangiften gedaan tegen de toenmalige minister van Asiel en Migratie wegens gestelde ambtsmisdrijven. In de eerste aangifte werd gesteld dat de minister opzettelijk naliet bescherming te bieden aan asielzoekers en medewerkers in het vluchtelingenaanmeldcentrum in Ter Apel. In de tweede aangifte werd gesteld dat de minister in strijd handelde met artikel 21 Vluchtelingenverdrag, in combinatie met artikel 93 Grondwet, door na te laten in behoorlijke huisvesting voor vluchtelingen te voorzien. Ook werd in deze aangifte gesteld dat de minister bij het indienen van het wetsvoorstel Asielnoodmaatregelenwet en het Wetsvoorstel tweestatusstelsel in strijd heeft gehandeld met artikel 73 lid 1 Grondwet door, zoals gesteld door de aangever, de Raad van State maar één week tijd te geven voor advies over de wetsvoorstellen. De PG bij de Hoge Raad heeft de minister van Justitie en Veiligheid in maart 2025 geïnformeerd dat hij naar aanleiding van zijn oriënterend onderzoek geen aanknopingspunten zag voor een opsporingsonderzoek. Het oriënterend onderzoek werd met een nieuwsbericht gepubliceerd.

In oktober 2025 werd aangifte gedaan tegen de toenmalige (demissionair) minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.  De aangifte werd gedaan door iemand die op dat moment werkzaam was als docent aan de Radboud Universiteit. In de aangifte werd gesteld dat de minister zich schuldig heeft gemaakt aan dwang door misbruik van gezag als bedoeld in artikel 365 Wetboek van Strafrecht (Sr) doordat de minister de Radboud Universiteit zou hebben gedwongen aangifte te doen tegen de desbetreffende docent. De PG heeft de minister van Justitie en Veiligheid in december 2025 geïnformeerd dat hij naar aanleiding van zijn oriënterend onderzoek geen aanknopingspunten zag voor een opsporingsonderzoek. Het oriënterend onderzoek werd met een nieuwsbericht gepubliceerd.